is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne bij te dragen tot de opvoeding der oude dame, haar in alles voortaan maar gelijk te geven en intusschen zijn eigen weg te gaan.

Misschien voelde de oude mevrouw von Lerchenfeld wel, dat haar schoonzoon haar nu van den eenigen kant aanvatte waar zij zich niet verweren kon; misschien was zij er hem zelfs dankbaar voor. Want rustig is het wel, als men altijd gelijk krijgt en toch niets meer te zeggen heeft. Het maakt de zenuwen murw, en de ouderdom krijgt iets van een zoeten dommel, verdiende belooning na een hard en rechtvaardig leven. Zij begon Georg tegenover Maria zeer te prijzen - tot dusverre had zij steeds aanmerkingen op hem gemaakt. „Je hebt werkelijk een verstandigen man," zei ze tot haar dochter, die haar ooren wijd open zette. „Hij begrijpt me... hij is het ook heelemaal met me eens, dat men jou niet als een volwassene kan behandelen. Ik ben blij, dat je in zoo goede handen gekomen bent; ik hoef nu niet langer op je te passen..." Maria glimlachte stilletjes, opgelucht.

In het begin van October reisde haar moeder af, geheel voldaan over haar logeerbezoek, stralend over haar verstandigen schoonzoon, bij wien ze haar dochter met een zoo gerust hart kon achterlaten. Ze zei, dat ze niet wist of ze nog wel weer eens zoo gauw zou terugkeeren, want zij werd stil-aan 'n dagje ouder... Ja-ja, kinderen, het is de waarheid.

Maria was een week tevoren eindelijk weer opgestaan, had haar eerste wandelingetje gemaakt. Samen met Georg kon ze haar moeder in het rijtuig wegbrengen.

Op den terugweg leunde ze wat vermoeid tegen den schouder van haar man en vroeg: „Nu... ? Heeft mama je er terdege van overtuigd, dat wij voortaan verstandig moeten zijn?"

„Ja, daar heeft ze me van overtuigd," zei hij ernstig.

Zij keek hem aan, en in haar stem klonk bijna iets als teleurstelling: „Meen je dat?"

Hij kreeg het benauwd. „Maria, dezen keer was het eigenlijk al te veel voor je."

„Wil je daarmee zeggen, dat ik niet nog weer eens een kind zou kunnen hebben, indien ik dat verkoos?"

„Wat jij allemaal zou kunnen, weet ik niet. Maar ik weet, dat ik het niet meer wil."

Beleedigd draaide zij zich van hem af. Speelde zij hem een komedie voor? Zij verraste hem altijd nog weer door haar temperament en haar onberekenbaarheid. Gelukkig wist hij wat hij wilde. Hij wilde haar niet verliezen. Zelfs indien dokter Priss-