is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaf, werd boven nog een laatste ruiker bezorgd. Maria liet het begeleidende kaartje, waarop Odysseus' beste wenschen voor Circe's spoedige beterschap stonden, snel in haar réticule wegglijden. Zij dacht met ontzetting aan wat Georg over de bloemen zou zeggen, die zij in de aanwezigheid der beide kamermeisjes toch ook niet kon weggooien. Maar gelukkig zag hij ze niet eens: hij had het te druk met het nazien der rekening...

Zag hij het ook niet toen Maria den volgenden dag, om achteraf weer niet al te ondankbaar tegenover haar prinselijken cavalier te zijn, nog enkele rozen uit het boeket in de hand nam? In het bewustzijn van zijn uiteindelijke onschuld, zooals alleen een Italiaan dat onder alle omstandigheden behouden kan, verscheen Bordoni aan den trein, nog vergezeld van enkele andere bedroefde heeren. In koor betuigden zij hun leedwezen over haar vertrek - de Riviera werd voor hen nu een troosteloos oord, verzekerden zij plechtig. Geen van hen vroeg naar de reden van haar plotseling vertrek; men volstond ermee Georg van hardvochtigheid te betichten omdat hij zijn vrouw hier niet wilde achterlaten en aan aller goede zorgen toevertrouwen...

In den warmen trein verwelkten de rozen spoedig. Maria zag er niet meer naar om. Elk half uur vroeg zij aan Georg: hoe ver het nu nog was.

In de avondschemering kwamen zij te Seekirchen aan. Op het open perronnetje, waarlangs de wind in de maand Maart nog ijzig blies, wachtte hen, klein en grijs, weggedoken in mof en bont, tante Frieda. Van thuis niets dan geruststellende berichten. In haar dankbaarheid en vreugde kuste Maria haar lieve oude tante Frieda drie, vier maal op de beenige verkleumde wangen. Toen ging het in de koets naar Maria-Licht; Bismarck holde luid blaffend voor de paarden uit, als wilde hij hun in de invallende duisternis den weg wijzen, en dompelde zijn snuit wellustig snuivend in de sneeuw, die tegen de wegbermen lag opgestoven. Thuis liep Maria meteen door naar de kinderen; ze schreide en lachte tegelijkertijd toen ze zag hoe groot de tweelingen al geworden waren; ze riep er haar man bij, die zich beneden nog met Josef en met Anna Krone onderhield. „Maar kijk dan toch eens gauw, Georg!" Met Stephan in haar armen holde ze naar het bedje van waaruit de kleine Liesbeth haar met lachende oogjes aankeek - die herkende haar al 11

O, wat een thuiskomst! Allen vonden, dat de barones er veel beter uitzag dan bij haar vertrek; de reis had haar gezondheid