is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld nog slechts vrede en rust - nu ontwaakten in hem weer illusies uit zijn kadettentijd. Hij vertelde Rudi, die met glanzende oogen luisterde, van de ruitercharge te Custozza waarvoor hij en zijn kameraden gedecoreerd waren geworden. Hoe lang mocht het alles bijeen geduurd hebben? Misschien nauwelijks een kwartier. Maar voor dat ééne kwartier der attaque was het de moeite waard geweest officier en cavalerist te worden en jaren lang een eentonig garnizoensleven te leiden. Tezamen met huzaren en ulanen hadden ze dadelijk bij het begin van den slag den roekeloozen aanval gewaagd. Nooit had het leven zoo mooi en begeerlijk geschenen als in dat oogenblik waarop zij zich opmaakten om het voor hun keizer en voor Oostenrijk in de waagschaal te werpen. Met lans en zwaard hadden zij in galop den Dood voor zich uitgejaagd en getracht hem bij zijn mantel te vatten, man tegen man met hem te vechten - terwijl ieder toch wist: wie hem eenmaal van nabij in de leege oogkassen zag, was verloren en zeeg uit den zadel. Wat deerde het? Misschien droeg men de doodelijke wonde reeds en wist het niet. Men voelde geen pijn; men voelde slechts hoe het bloed door het jonge hart bruiste; men leefde, men leefde en voelde het levend, zweetend paardelijf tusschen z'n knieën. Op, naar den vijand! Den vijand, dien men niet haatte; dien men dankbaar was wanneer hij zich te weer stellen wilde; dien men als een broeder zou willen omhelzen na hem de lans in de borst te hebben gestooten. Een dichte wolk van stof waardoor de zon naar binnen scheen, blinkend op zwaarden en helmen; op goed geluk sprong men over paardenlijven, die zich op den grond wentelden; men wist zijn vrienden rondom en jubelde in dollen overmoed, en de paarden voelden het al niet anders en stoven snuivend vooruit in den regen van den Dood; men zou ze niet meer hebben kunnen tegenhouden. - Binnen enkele oogenblikken was dan alles voorbij. Men was door den vijand heengebroken; de uitwerking, die men beoogd had, was bereikt; nu moest men nog heelhuids zien terug te keeren tusschen de vuurbrakende carré's waarin een paar honderd Bersaglieri zich haastig hadden aaneengesloten. Maar eerst bezat men nog de driestheid, een in verwarring vluchtende vijandelijke batterij tot omkeeren te dwingen en met lansen binnen de eigen Unie te drijven. En voor dit opwekkend spel, dat men met gloeiende wangen volbracht had, werd men dan later door den aartshertog-veldmaarschalk als helden toegesproken. En terwijl men nog naar nieuwe lauweren dorstte, vernam men, dat bij Königgratz het krijgsgeluk aan de zijde der Pruisen was geweest, of ten minste aan de zijde