is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vioolkist weer omlaaggekomen. Tot stomme verbazing van Maria bleek haar man als kadet een weinig viool te hebben gespeeld. Zoodat hij zijn kinderen, die dadelijk hun krachten op het instrument beproefden, de eerste aanwijzingen kon geven.

Toen Georg dezen algemeenen ijver waarnam, had hij als vanzelf eensklaps gedacht: een quartet! Het woord beviel hem zoo goed, dat hij er dadelijk werk van maakte. Waarom zouden zijn kinderen niet alle vier met min of meer succes een strijkinstrument kunnen leeren bespelen wanneer ze van moeder's zijde toch Hongaarsch bloed in hun aderen hadden!

Met de hulp van een vioolleeraar uit Klagenfurt, dien hij voor zijn plannen engageerde, wist hij de benoodigde instrumenten voorloopig te huren, tot misschien eens de dag zou zijn aangebroken waarop zijn kinderen voor een eigen viool in aanmerking kwamen. Over de verdeeling der rollen dacht hij niet lang na: Rudi cel, Liesbeth alt, Stephan en Angéüque eerste en tweede viool. De kinderen sprongen van blijdschap in het rond; de inleidende gemeenschappelijke lessen in notenlezen en het vasthouden van den strijkstok beduidden reeds een sensatie. Daarna voorzichtig de eerste streken op de vrije snaren. De meester sloeg op de piano een breed accoord aan, terwijl ze met hun vieren een a streken. Als een van hen het alleen gedaan had, zou het misschien nog niet zoo erg mooi geklonken hebben, maar zoo allemaal tezamen leek het al dadelijk heelemaal echt. Voor Rudi kon geen aparte leeraar komen, maar Georg zette hem neer met zijn cel tusschen de knieën: „Kijk, zóó hou je je stok vast. Rustig heen en weer, en los in de pols." De vioolleeraar keek toe en knikte geamuseerd. Voor de linkerhand en haar verschillende posities had de majoor uit Klagenfurt een leerboek meegebracht.

Als belooning voor veel ijverig studeeren mochten ze voor Kerstmis al vierstemmig „Stille Nacht, heilige Nacht" leeren. Het was een verrassing voor Georg, wien een vreemd gevoel naar de keel steeg toen hem uit de door den kerstboom verlichte kamer, nog ietwat onzeker, het oude vertrouwde kerstlied tegenklonk. Maria zat erbij aan het klavier.

Ja, zoo had Georg zich dit gedacht.

Op oudejaarsavond hield hij een soort toespraak. „Morgen begint niet alleen een nieuw jaar, kinderen, maar een nieuwe eeuw. De twintigste eeuw! Rudi en Liesbeth weten al hoeveel dat is: een eeuw, maar ik zeg het voor Stephan en Angéüque: een eeuw, dat zijn honderd jaren; dat is langer dan een mensch leeft. Kijk maar naar jullie vader: die is acht-en-vijftig en al bijna heelemaal