is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet. Haar gewone plaats aan tafel was juist tegenover het fatale venster; zij kreeg geen bete naar binnen.

Georg ruimde alles weg wat haar maar aan haar jongen zou kunnen herinneren. Stephan's viool borg hij weer boven bij zijn boeken. De dragonder-uniform, waarin Stephan gestorven was, legde hij in een lade waarvan hij den sleutel in zijn zak droeg. Anna Krone en Trudi moesten Stephan's bed, zijn kleertjes en zijn speelgoed naar den zolder brengen. Maar dat venster daar in de eetzaal kon hij niet laten opbergen.

Hij ging met zijn kinderen naar het kerkhof en bracht versche bloemen op het grafje - toen hij het aan Maria vertelde, luisterde zij met vreemd opgetrokken wenkbrauwen en opeengeklemde lippen. „Wil je morgen niet eens meegaan, Maria?" Zij schudde het hoofd en ijlde naar haar kamer.

Rudi en Liesbeth trachtten haar te troosten; zij vatte met een radeloos gebaar hun handen om hen stilzwijgend te bedanken spreken kon zij ook met hen niet.

Op Georg's verzoek kwam pastoor Aigner nog eens met Maria praten, en eindelijk was zij ervoor te vinden om Stephan's graf te zien; samen met haar man en den ouden vriend ging zij er heen en legde er bloemen op, schreiend den naam van haar jongen prevelend.

Zij bracht dezen ganschen avond in de kapel door; toen Georg lang na middernacht naar haar kwam kijken, lag ze met de armen over haar bidstoel en sliep. „Ik heb hem gezien," mompelde ze, terwijl Georg haar naar bed bracht. „Ik heb met hem gesproken! Ik ga vanavond weer naar de kapel. Ik moet hem nog om vergiffenis vragen, omdat ik eens van hem ben weggegaan, toen hij nog maar heel klein was, weet je nog wel?"

Georg zuchtte. Als dat zoo door moest gaan, zou hij spoedig ook zijn vrouw kunnen begraven.

Toen hij daarvan eenmaal goed doordrongen was, pakte hij met rustige, doch sterke hand de zaak anders aan. Nadat hij energiek een einde gemaakt had aan een ontbijttafel-scène van de kleine Angéüque, die naar mama's voorbeeld haar bord onaangeroerd wilde laten staan, zocht hij Maria in haar kamer op en zei: „Luister eens, nu wil ik, dat je straks eet."

Als uit een droom ontwakend, keek ze hem aan. „Denk je me daartoe te kunnen dwingen?!"

„Ja. Ik wil je dwingen te beseffen, dat je nog drie kinderen hebt, waarvoor jij en ik de verantwoording dragen. Je meende Stephan nog om vergiffenis te moeten vragen, omdat je hem eens een maand