is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mystische. Waar kwam dat broertje vandaan?? Angélique vroeg schuchter, of mama het misschien uit den hemel ging halen? Rudie begreep al wel, dat het heel anders moest zijn; hij had er een nevelige voorstelling van, dat mama misschien zóólang aan een nieuw broertje voor hen zou denken tot het op een nacht ineens in haar armen lag; misschien sprak zij wel een woord, dat alleen de groote menschen kenden, en dat woord uit haar mond werd tot een kindje. Liesbeth wilde niet zeggen wat zij dacht. Zij had op de boerderij zooiets opgevangen: dat de dokter dan geroepen moest worden en dat er zelfs gevaren aan verbonden zouden kunnen zijn.... zij was bang voor den nacht waarin het broertje komen zou.

Rudi's eerste opwelling was geweest: aan Elschen te schrijven. Maar zou zij, die van den dooden Stephan niets wist, wel kunnen beseffen wat de komst van dit nieuwe broertje voor hem en voor zijn zusjes beteekende? Gedurende de eerste dagen had hij nog op een ansicht van haar gehoopt, maar spoedig vergat hij reeds om naar de post uit te kijken. Soms herinnerde hij zich ineens nog weer haar blik bij het afscheid, en terwijl zijn hart sneller klopte, sprak hij zachtjes haar naam uit. Maar tegenover de dingen, die hier in huis stonden te gebeuren, verflauwde de herinnering aan haar tot de onwerkelijkheid van een droom. Op een namiddag moest Krone onverwachts inspannen en naar de stad rijden. Anna bond zenuwachtig haar schort los en ging naar boven, naar mama's slaapkamer. Papa kwam zeggen, dat ze vanavond vroeg moesten gaan slapen: als ze morgenochtend dan wakker werden, was het broertje er misschien al! Zij gehoorzaamden bevangen. Tante Frieda bracht hen naar bed en glimlachte alleen maar op al hun vragen. O, hoe kon tante Frieda zoo kalm zijn! Terwijl ze doodstil in hun bedjes lagen, hoorden ze buiten het rijtuig terugkeeren en daarna dokter Prisswitz' haastige voetstappen op de trap. Toen Rudi en Angélique al lang ingeslapen waren, lag Liesbeth nog te luisteren - op een oogenblik verbeeldde ze zich, dat ze mama hoorde gillen; zij trok van angst de dekens over het hoofd. Maar het duister, waarin zij vluchtte, bracht haar geen rust; zij moest opnieuw luisteren, of zij wilde of niet; ze stond stilletjes op en legde haar oor aan het sleutelgat. Ze wist zelf niet hoe lang ze daar wel de wacht had gehouden toen ze een deur - die van mama's slaapkamer - open en dicht hoorde gaan; in de gang naderden voetstappen. Ze waagde het haar hoofd naar buiten te steken.... „Anna!"