is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Anna eigenlijk wel moeite om haar smart te beheerschen? „Waarom zou ik nog probeeren te schreien?" vroeg ze aan Magdalena Eisengruber. „Ik heb geen tranen meer. En ik heb het al lang tevoren geweten, dat er zooiets komen moest. Nu heeft hij tenminste rust. Ik moest er dus ook vrede mee hebben. Ik heb er ook vrede mee; ik kan er alleen nog maar niet overheen komen, dat hij op zoo'n vreeselijke wijze...! Zoodra ik alleen ben, yje ik het weer voor m'n oogen gebeuren. Ze hebben het me willen besparen om hem terug te zien, Lena, en ze meenden het goed, maar ik weet toch wel hoe ze hem daar op die rails hebben gevonden; ik weet het... precies." Anna's oogen staarden groot voor zich uit. Magdalena Eisengruber nam haar bij de hand.

„Als iemand je begrijpen kan, ben ik het, Anna."

Anna knikte langzaam. Ze had er niet zoo gauw meer aan gedacht, aan dat ongeluk met de bietenkar, nu al veertien of vijftien jaar geleden.

„Nog altijd, Anna... als ik 's nachts eens wakker lig," zei Magdalena Eisengruber.

Tegenover de kinderen trachtte Anna geheel de oude te blijven. Toen zij merkte, dat die nauwelijks meer in haar buurt durfden te komen, riep zij ze bij zich in de keuken en vroeg, met een poging om in haar stem een vroolijker klank te laten trillen: „Hoe is het? Loopen jullie nou voor me weg? Jullie bent alles wat ik nu nog heb. Ik hoop nog voor jullie te koken tot jullie zoowat groot bent; dan vliegen jullie hier vanzelf het huis uit, en dan kan Anna naar haar man toe gaan - die zal dan al wel ongeduldig zitten te wachten."

De kinderen keken haar eerst nog verbijsterd aan, maar Anna speelde het klaar om hen over hun bevangenheid heen te krijgen; alles werd nu zoo eenvoudig en natuurlijk, en dankbaar hielpen ze haar met enkele werkjes, die Krone vroeger had verricht, en bleven den ganschen verderen middag bij haar in de keuken. Toen ze tenslotte wegholden om voor het eten hun handen nog te wasschen, moest Anna even op een stoel gaan zitten om van haar emotie en blijdschap te bekomen.

„Kom," zei ze daarop energiek tot Mariedl, een jonge meid uit de boerderij, die haar zoolang hielp, „draag den boel nu maar naar boven." En ze kwam zelf overeind en veegde zich krachtig de tranen van het rood opgezette gelaat.

Georg zag er tegen op om in Krone's plaats een nieuwen koetsier in dienst te nemen, maar het werk in den stal moest