is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na alles wat Liesbeth hem over Angélique verteld had, voelde Rudi zich bijna persoonlijk schuldig tegenover meneer von Brandt. Deze informeerde vol belangstelling naar allerlei dingen van de school, maar Rudi werd in het verslag daarover ook nog geremd door de wetenschap, dat de ander het militaire leven, dat voor hèm nu nog de groote lichtende toekomst was, verworpen had en daar zelfs Hever niet eens meer aan herinnerd scheen te willen worden.

Angélique's onaangenaam afwijzende houding bleef Rudi gedurende deze gansche vacantie drukken. Ze bedierf hem den Kerstavond. En toen hij weer in den trein naar Wiener-Neustadt stapte, keek hij zijn jongere zusje met een laatsten stil verwijtenden blik aan, dien zij spottend beantwoordde.

In het voorjaar werd Angélique ziek. Dokter Prisswitz stelde influenza vast en, in het algemeen, bloedarmoede. Hij raadde een ligkuur aan. Het zou spoedig warmer worden; dan kon men haar stoel naar buiten dragen. Zij was uit haar krachten gegroeid en moest aansterken.

In deze zelfde dagen verschrikte de natuur haar door een evenement, dat bij Liesbeth al een jaar tevoren opgetreden was. Liesbeth hoopte op een toenadering nu zij in de gelegenheid was om haar jongere zusje gerust te stellen zooals mama het ha&r den vorigen winter had gedaan. Maar Angélique bleef afwerend, maakte er Liesbeth een bitter verwijt van, geheim te hebben gehouden wat ze haar thans openbaarde; zij voelde zich min of meer bedrogen en (alleen om dat ééne jaar leeftijdsverschil!) vernederd. Het liefst wilde zij maar heelemaal alleen zijn: ze had nu zooveel om over na te denken. Ze verzette zich met een wilde, duistere vastbeslotenheid toen dokter Prisswitz haar op een keer eens geheel onderzoeken wou; hij moest zijn voornemen wel opgeven, zag rood en bleek van driftige gekwetstheid. Zooiets was hem in zijn practijk nog niet overkomen: zij had gebeten en van zich afgeslagen. Als het niet terwille van haar ouders was, zei hij, hoefde zij er niet op te rekenen, dat hij haar nog verder behandelde. O, hij hoefde heelemaal niet bij haar te komen, antwoordde zij.

Papa speelde toornig op, maar bereikte slechts, dat zij nog verhardde in haar eigenzinnigheid. Het best verdroeg zij nog mama. Ook haar antwoordde zij weliswaar niet op haar voorzichtig polsende vragen, maar, inplaats dat ze volkomen onbeheerscht de een of andere onhebbelijkheid terug snauwde, zooals wanneer