is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze kenden hem allen reeds en spraken met hem alsof ze al bij zijn grootvader in dienst waren geweest. De meiden keken hem schalks aan en dienden hem van snedige antwoorden - zoo vrijmoedig kende Liesbeth hen heelemaal niet.

Over de gymnastische talenten van zijn vriend had Rudi niet te veel gezegd. Arnim had ook een snellen slag van zwemmen; slechts op de lange baan kon Rudi, de krachtigste van hen beiden, hem verslaan. Ondanks Liesbeth's angstige waarschuwingen klom Arnim in een langs den oever staanden boom en dook van een der hoog boven het water gegroeide takken omlaag. Hij bracht zijn paard in verbazing door naar kozakkentrant onder het rijden toeren uit te halen, en op het kasteel toonde hij wat hij als geveltoerist presteerde: terwijl iedereen nog sliep, zag hij kans om op den naakten frontmuur, dicht onder de daklijst, in houtskool den gekroonden dubbelen adelaar te teekenen. Hij wilde zijn geheim niet prijsgeven: hoe hij daarboven gekomen was, maar een ladder had hij er niet bij gebruikt, zei hij, en men wist dat men hem gelooven mocht. Lang was hem overigens de glorie van dien als in de vlucht geprojecteerden adelaar niet gegund: den volgenden morgen barstte er een onweer los, gevolgd door een soort wolkbreuk, die de teekening uitwischte.

Het was juist de verjaardag van tante Frieda. Men had gehoopt, haar op een rijtoer door de bosschen te kunnen vergasten, omdat zij daarvan altijd zoo genoot, maar nu de wegen in modderpoelen waren herschapen, moest zij wel met een bescheidener rit genoegen nemen en onder protest in tante Ottilie's rolstoel stappen, dien Arnim met bloemen versierd had. Hij reed er deftig mee voor, klopte aan haar kamerdeur en meldde: „De vigilante staat gereed!" En daar zat ze nu dan, of ze wilde of niet, en werd onder het gejuich der kinderen naar de eetzaal gereden, waar haar eigen, eveneens versierde stoel haar wachtte.

Maar nog iets anders wachtte haar en de kinderen daar. Mama stond tegen papa's schouder te schreien, en op tafel lag een telegram.

Oma bleek te zijn overleden.

Hoewel Oma op zichzelf nooit veel voor de kinderen had beteekend (Stephan had haar zelfs nooit in zijn leven gezien), was het toch ineens uit met de verjaringspret. Arnim stond er plotseling geheel als vreemde in hoffelijke smart bij en wachtte slechts op het geschikte moment om te éclipseeren en tegelijkertijd den versierden rolstoel uit de kamer te verwijderen. Van de pijnlijke bijomstandigheid, dat de overledene ook nog gedurende