is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vanmiddag over de gansche linie een overwinning te hebben behaald...

Nog slechts weinige dagen, en Rudi en zijn vriend moesten naar de school terug. Tusschen Arnim en Angélique was, nu zij elkaar nooit meer alleen zagen of spraken, de benauwende spanning geweken; soms scheen het Arnim zelfs toe alsof er nooit iets was voorgevallen. Pas tegen het afscheid zocht Angélique voor het eerst weer iets als een stilzwijgende verstandhouding met hem. En daar er nu toch weinig gevaar meer dreigde, ging hij op haar spel in, er slechts op bedacht dat niemand iets merkte.

Bij het afscheid zelf droegen de jongens voor het eerst korporaalsuniform. En Georg, die er voor zichzelf niet meer om gemaald had, of hij nog de sterren van overste en kolonel op zijn kraag zou krijgen, was nu trotsch op deze korporaalsdistinctieven; met een half oog lette hij er op of de stationschef ze wel zag!

De beide kadetten lieten een groote stilte op het kasteel achter. Men miste Rudi, maar ook den luchthartigen nonsens-praat van Arnim en zijn liedjes bij de piano; Maria noch Liesbeth vonden voorloopig den moed, te spelen. De majoor trok zich in zijn bibliotheek terug en wachtte op den eersten brief uit WienerNeustadt.

Bismarck liep dagen lang doelloos en ongelukkig door het huis, alvorens hij zich in zijn mand neerlegde en er niet meer uit opstond. Zijn eetlust was weg; hij snuffelde wat aan zijn etensbak en strekte zich weer in zijn mand uit. De veearts kwam en zei wat allen reeds vreesden: dat dit Bismarck's laatste zomer was geweest. Het dier vermagerde verschrikkelijk, en als Liesbeth het zachtjes over den kop streek, kreunde het - voorvoelde Bismarck zelf zijn einde? Men pakte hem 's avonds in, hoewel de nachten nog niet koud waren, maar ondanks z'n flanellen deken lag hij te rillen. En op een herfstmorgen vond men hem dood. Bismarck was toch slechts een hond geweest, maar allen hadden hem zoo goed gekend en Liesbeth vergoot heete tranen om zijn dood. Georg liet het dier door Ignaz naar beneden dragen en op het binnenpleintje begraven; daarna zette hij zich neer om Rudi dezen keer zelf te schrijven.

Zoolang de beide jongens er nog waren, had Liesbeth zich al wel eens in stilte afgevraagd hoe mijnheer von Brandt het nu in Italië majsen zou. Sedert hun vertrek was ze ineens hevig naar haar lessen beginnen te verlangen en naar het weerzien