is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelegenheid om zich verder te ontwikkelen. Voor Rudi wist de jonge leeraar den tijd voor een gezamenlijke wandeling vrij te maken. Georg zag het bijna met iets als afgunst aan hoe goed die beiden elkander verstonden; het scheen hem soms toe alsof Rudi de wandelingen met von Brandt prefereerde boven een gedachtenuitwisseling met zijn vader. Natuurlijk moest de jongen dat zelf weten; Georg was niet van plan om iets van zijn teleurstelling te laten blijken. Al had hij dan ook maanden lang gehunkerd naar dit korte samenzijn met zijn zoon, hij wist zich te beheerschen; als het leven hem niets wilde overlaten dan zijn trots, moest hij ook nog tevreden zijn. In zijn zwartgalligste oogenblikken verbeeldde hij zich, dat Rudi slechts uit beleefdheid nog naar hem luisterde - maar van dezen beleefdheidsplicht wilde hij zijn jongen graag ontslaan...

Als in vroegere dagen van vereenzaming trachtte hij zich weer in zijn boeken te verdiepen - wat bleef hem anders over? Buiten op het veld viel niets te doen; alles lag dik onder de sneeuw. Maar het scheen alsof hij zelfs niet meer lezen kon. Hij zag alleen maar woorden voor zijn oogen schemeren, en wat had hij aan woorden? Hij was nu zeven en zestig en te oud om uit woorden nog nieuwe gedachten te putten.

Franz zei, dat er dezen winter weer veel wild in de bosschen zat. Georg zou kunnen jagen, maar zoo alleen had hij er geen lust in, en hij wist, dat Rudi niet van de jacht hield. Voor een man had Rudi bijna een te zacht gemoed; in zooverre was officier eigenlijk geen beroep voor hem. Niet, dat hij, als het er ooit op aankwam, minder dapper zou zijn dan een van zijn makkers, integendeel misschien - maar zijn eerste gevecht zou hem innerlijk een schok geven, dien hij nooit meer te boven zou komen. Nu, zoolang er in Europa niets ernstigs gebeurde, was dat allemaal niet erg. Dan bleef het officier-zijn maar een spel. En op de een of andere wijze kon Georg niet goed meer aan een oorlog gelooven. Er was, wat dat betrof, in de wereld iets veranderd. In zijn luitenantstijd zou dit annexatie-conflict met Servië oorlog hebben beteekend. Maar toen was een oorlog ook nog een groot, opwindend avontuur geweest, waarnaar het heele leger heimelijk hunkerde. Nu waren het niet meer de staande legers, die elkaar bevochten, nu trok het gansche volk mee ten strijde, en een oorlog was geen avontuur meer met winst-en-verlieskansen, maar een onafzienbare tragedie; men besefte het en durfde er alleen nog maar mee te dreigen. Het leger was de gewapende vuist, die men hief om er indruk mee te maken - men paste wel op om er niet