is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol dictaten mee, die hij moest overschrijven. Natuurlijk deed Liesbeth dat voor hem; ze verbaasde zich over de onbegrijpelijk moeilijke dingen, die Rudi leeren moest. Om nu bijvoorbeeld precies uit te rekenen waar een kanonskogel terecht zal komen met windkracht zooveel uit dien-en-dien hoek en... - „Jij denkt zeker maar: het is raak, of het is niet raak," lachte Rudi. - „Neen, maar ik dacht, dat jullie zoo maar mikten." - „En als we mekaar nou heelemaal niet kunnen zien?" Liesbeth keek haar broer ietwat hulpeloos aan en bekende toen: „Ik vind daar iets afschuwelijks in, dat jullie op menschen schieten, die jullie heelemaal niet zien." - „De vijand doet het ook bij ons," zei Rudi bij wijze van verontschuldiging.

Georg, die achter zijn jongen stond, legde hem den zwaren arm beschermend op de schouders. „Er zijn geen vijanden meer. Dat was vroeger zoo, maar tegenwoordig maken de menschen geen oorlog meer."

„En waarom worden wij dan nog officier?"

„Om manoeuvres aan de grens te kunnen houden," zei Georg goedgeluimd. „Dat is de moderne wijze van oorlogvoeren; dat gaat zonder pijn, en men bereikt er hetzelfde mee."

Liesbeth was weer gerustgesteld. „En op 's keizers verjaardag moeten er toch ook parades worden gehouden!" Om haar van deze plagerij eer te gunnen, trachtte Rudi zich te houden alsof hij gekwetst was. Maar zij kende hem veel te goed.

„Mijn broer, de parade-korporaal," noemde zij hem van nu

af.

Dezen zomer ging Rudi bij Arnim logeeren. Dit was voor Liesbeth op zichzelf reeds bitter, maar bovendien wachtte zij vergeefs op de lange beschrijvende brieven uit Weenen, die hij haar beloofd had. Zij moest zich met vluchtige ansichtkaarten tevreden stellen - later zou hij haar wel uitvoerig van deze logeerpartij vertellen; thans was alles nog te overweldigend. Weenen was de mooiste stad ter wereld (welke steden had hij dan eigenlijk nog meer gezien, behalve Graz en Klagenfurt?); Arnim's huisgenooten waren de aardigste menschen, die hij oöit ontmoet had. Arnim had twee lieve zusjes, en met de oudste had hij gedanst (kon hij dan dansen??). Vera heette ze; Liesbeth moest haar beslist ook eens leeren kennen. En naar den Prater waren ze geweest en naar het Wienerwald en naar de bioscoop. (Max Linder!) En na een week waren ze naar het buitenhuis vertrokken, dat de von Strada's in den Semmering bezaten; van daaruit