is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te overhandigen en hem op het voorhoofd te kussen. Rudi vloeiden de tranen over de wangen; hij kon niets terugzeggen. Zijn eigen bewogenheid met uiterste moeite bedwingend, keerde Georg naar zijn zetel terug.

Op bijna alle aanzittenden had de pathetische geste van den majoor uitwerking gehad; slechts Maria keek vreemd afwezig zooals daarstraks, toen dokter Prisswitz het woord had gevoerd. En pastoor Aigner en Paul von Brandt vonden elkaar ongewild in een stilzwijgenden blik en wisten meteen wederzijds, dat zij over zulk een naïef-romantische zwaardovergave ongeveer gelijk dachten. De majoor leefde met zijn geest nog in de aera der ruitercharges en hoornsignalen.

Otto had den beiden jongens willen wijzen op de waarde van een vriendschap-voor-het-leven, gelijk Georg en hem verbond. Maar nu zat hem de keel als toegeschroefd, en hij zocht stilzwijgend de oogen van zijn vrouw. Twee dagen lang had hij moeten praten om Julia te bewegen mee hierheen te komen. Schaamde ze zich thans niet een weinig?

Toen er niemand meer toastte, verrees Arnim om te bedanken voor het gastvrije onthaal, dat hij hier had mogen ondervinden: het was hem bijna zoo voorgekomen, alsof hij ook tot de familie behoorde 1 Hij sprak verbazend gemakkelijk, gaf aan eiken zin, die te ernstig zou kunnen uitvallen, nog bijtijds een ondeugende zwenking. Men was blij weer te kunnen lachen; Maria keek nietbegrijpend rond: hoe de stemming hier plotseling zoo had kunnen veranderen.

Julia knikte haar toe zooals de eene moeder de andere: zij was stormenderhand veroverd door Rudi's jongen Weenschen vriend en zag in gedachten reeds hechte familiebanden tusschen hem en de Weygand's. Weliswaar, voor Liesbeth was hij misschien een wat al te luchthartige pretmaker... het kon toch niet zijn, dat de gevoelens van dat meisje reeds naar von Brandt uitgingen? In tegenstelling met haar man, had Julia niet veel op met dien al te vroeg ernstigen neef uit München, die hier als huisleeraar was geëngageerd. Gelukkig reisde hij morgen af - naar Pompeji en nog zoo'n plaats, die daar in de buurt moest liggen. Zijn ietwat gênante positie hier was de reden geweest waarom zij zoo lang geaarzeld had, Otto op dit uitstapje te vergezellen. Ze kon werkelijk niet begrijpen waarom de jongen zijn familie deze blamage had aangedaan: uit het leger min of meer te deserteeren en zijn eervolle positie van officier op te geven voor...! Wat wilde hij dan worden? Kunsthistoricus? Kon men daarvan leven?