is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koeterwaalsch over zichzelf vertelde) allerminst een bevreesd man was. Het zou wel waar zijn, dat hij in den Transvaalschen oorlog meegevochten en enkele verwondingen opgeloopen had - wat kon het Liesbeth schelen.

Rudi had in zijn brief één verstandige vraag gesteld: hoe het nu verder met Stephan's lessen moest gaan wanneer meneer von Brandt er niet meer was? Papa wist altijd nog niet wat hij met Stephan beginnen wilde - hij was onverstandig genoeg om mama's wenschen in dit opzicht af te wachten. Zou mama nog werkelijk steeds maar vasthouden aan haar voornemen om Stephan geestelijke te laten worden? Tegenover hem zelf had zij in elk geval het onderwerp nog nooit durven aanroeren. Stephan sprak er sedert Arnim's duel nog slechts van, dat hij later ook officier wilde worden. Toen Blériot over het kanaal was gevlogen, had Stephan met Ignaz' hulp vliegtuigmodellen gebouwd en aangekondigd, dat men hem ook nog eens als beroemd aviateur in de krant zou vinden, met z'n portret er bij. Het vergaan van de Titanic, dit voorjaar, had de overtuiging in hem gevestigd, dat er voor een man hier op deze wereld slechts één ding te doen stond: als scheepsmarconist op z'n post te sterven terwijl de passagiers (vrouwen en kinderen het eerst!) in de booten werden geholpen. Om voor het geestelijk ambt belangstelling in hem te wekken, zou men hem van de zendelingen en hun strijd tegen de gevaren der wildernis moeten vertellen; via leeuwen en tijgers, slangen en kannibalen zou er in dit opzicht misschien iets bij Stephan te bereiken zijn...

In den winter kwam maestro Fantini weer, om den meisjes voor hun Weensche reis nog snel den zoojuist gelanceerden seizoendans te leeren. De tijd begon nu hard op te schieten. Kort na Nieuwjaar moesten in Weenen al de voorjaarsjaponnetjes besteld worden.

Ook Maria diende aan haar kleeren te denken. Zij voorvoelde, dat deze reis te veel voor haar krachten zou zijn, maar ze wilde het niet toonen. In haar vreeselijke weifeling ten opzichte van Stephan hoopte ze haar geweten tenminste eenigszins te kunnen sussen door de vervulling harer moederlijke plicht tegenover haar beide groote meisjes. Dit bezoek aan Weenen eischte al haar krachten, al haar aandacht, en zij voelde zich daardoor tegenover God verontschuldigd wanneer zij de brandende vraag van Stephan s toekomst zoolang liet rusten. Hoe kon zij zich in twee dingen tegelijk verdiepen? Misschien openbaarde Hij haar nog