is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zou terugvinden; hij scheen door deze verdenking niet beleedigd, wachtte bij de deur geduldig op zijn Lotte.

Hilda werd door Mizzi en de jongens gemakkelijk overgehaald om mee naar de muziekkamer te gaan, waar Arnim dansmuziek spelen zou. Terwille van haar ging Paul dezen keer ook mee. Liesbeth was er ongelukkig over, dat hij niet danste; in dit opzicht had hij stellig ongelijk, en zij trachtte het hem te bewijzen door met Max en de andere jongens te walsen.

Toen zij echter zag hoe hij daar min of meer verlaten zat en haar met zijn vriendelijken, vaag geamuseerden blik volgde, verlangde zij nog slechts bij hem te zijn. Zij verdroeg het niet, hem alleen te zien, en hij kon zich nu eenmaal niet aansluiten bij deze jongens, die elkaar allen met het vertrouwelijke jij en jou uit het officierscasino aanspraken en hem met nadruk „Herr Doktor" bleven noemen. Zij durfden zich boven hem verheven te voelen! O, als zij eenmaal met Paul in München woonde, zou zij hoor best moeten doen om voor vol te tellen in het gezelschap waarin ze dan, dank zij hem, zou worden opgenomen!

Toen de oudste von Meskovic opnieuw voor haar boog, bedankte ze lachend, met het excuus, dat ze het al zoo warm had gekregen. Ze zag niet hoe driftig hij zich afwendde. Hij gloeide innerlijk van woede op dien civilist, die zijn meisje had durven verbieden om met een luitenant van het Oostenrijksch-Hongaarsche leger te dansen! (Want dat zij hem uit zichzelf dien dans had geweigerd, kon Max niet aannemen.)

Een dag voor de verloving kwamen oom Otto en tante Julia over. Oom Otto was joviaal als altijd, verheugde zich over de aanwezigheid van zooveel jonge officieren. Met de hand in gepeinzen langs zijn grijze snorren strijkend, luisterde hij naar hun garnizoensverhalen: hij had zelf eens in Kolomea gelegen, niet ver van Czernowitz, en oude herinneringen deden hem blij glimlachen. Sedert hij gepensionneerd was, leed hij onder zijn slinkend gezag; een kolonel, die zijn uniform eenmaal had uitgetrokken, scheen in de wereld niet meer mee te tellen; zelfs Julia weigerde soms, hem voor vol aan te zien, behandelde hem als een ouden brombeer met lastige eigenaardigheden, als een aftandschen snorrebaard, wien men maar veel vergeven moest. Deze jonge officieren wisten tenminste nog wie en wat hij geweest was; ze spraken hem bij zijn rang aan en namen onwillekeurig een wat strakkere houding aan wanneer hij voor hen zijn ideeën over het leger, over de herbenoeming van Conrad von Hötzendorf tot chef van