is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daagden de schuldigen op en begaven zich onder de bestraffende blikken van hun burgervader op een drafje naar hun plaats op de galerij; enkele oogenblikken later klonk de eerste Landler uit nog maar half gestemde instrumenten. Maar toen was ook zonder muziek de goede stemming al aanwezig. Tante Julia flirtte met dokter Prisswitz en den burgemeester, haar beide tafelheeren, en zond bovendien nog overmoedig ondeugende blikken naar den tegenover haar zittenden pastoor Aigner, zich blijkbaar nauwelijks rekenschap gevend van de zonde, die zij beging door een geestelijke zoo in verzoeking te brengen. Arnim amuseerde het gansche einde van de tafel waaraan hij zat; slechts Kathe kon zijn grapjes niet waardeeren: inplaats van naast den jongen baron von Hagel, had men haar naast den postmeester-weduwnaar gezet. Zij trachtte haar vader, die wat verder aan de overzijde zat, met haar oogen te waarschuwen, dat hij toch niet te veel drinken moest wanneer hij straks nog het woord wilde voeren - maar tot haar verdriet moest zij opmerken, dat hij opzettelijk haar kant niet uitkeek en herhaaldelijk zijn glas aanstootte met dat van die kolonelsvrouw uit Graz, die zich gedroeg alsof ze nog maar een bakvisch was. Dat blondje uit Weenen (hoe oud mocht ze zijn? misschien nog geen twintig?) kwam ook van het lachen nauwelijks aan het eten toe, en Kathe was er zeker van, dat die jonge officier naast haar onder tafel met zijn knie... — Wat? Mocht men zijn oogen gelooven?! Nu moest de oude meid nog uit de keuken gehaald worden om zich te laten huldigen voor haar verlovingstaart, die, met twee in een hart vergaderde namen en een aantal suikerduifjes gedecoreerd, een schepping harer verbeeldingskracht bleek te zijn...

Het uur der toespraken had geslagen. Na pastoor Aigner nam Georg het woord. Hij was geëmotionneerd; tante Frieda en tante Julia moesten er hun zakdoek bij te voorschijn halen, en ook Liesbeth zou geschreid hebben, indien zij zich niet zoo vast had voorgenomen om zich vanavond flink te houden. Zij gaf haar grijzen vader, zooals hij daar met het glas in de geheven hand in strakke officiershouding stond, een kus op zijn beide wangen en snelde toen weer naar haar Paul terug. Dokter Prisswitz was overeind gekomen, drukte in den barokken toon van zijn studententijd zijn blijdschap over het geluk dezer beide jonge menschen uit; hij bracht de gansche tafel aan het lachen door te verklaren, dat hij, als vrijgezel, dit geluk juist zoo goed op zijn volle waarde wist te schatten. Terwijl hij zich wonderlijk opgelucht in zijn stoel liet terugvallen en zich weer tot zijn gezellige buurvrouw