is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terug. Zijn vrouw, die precies voelde hoe dit ontijdig vertrek werd opgevat, aarzelde niettemin geen oogenblik om met hem mee te gaan; ze groette blozend, wierp slechts haar broer nog een korten blik toe: hij wist wel, dat Peter in zulke dingen nu eenmaal onverbeterlijk was en dat zij hem niet alleen kon laten gaan...

Paul wendde zich tot de zeventienjarige Hilda met de vraag, of zij nu ook niet liever wilde gaan slapen. Zij zag bleek van spanning en schudde hartstochtelijk het hoofd: zij wilde opblijven tot de jongens terug zouden zijn. Zij wilde dit groote uur meemaken! Iiesbeth ontstelde een weinig van haar exaltatie. Het was natuurlijk gemakkelijk te raden, wien zij nog graag weer wilde zien.

„Ja, laat haar toch nog opblijven," sprong tante Julia naar den goedmoedigen trant van tantes voor haar in de bres. „Wie weet wat voor een herinnering dit later nog voor haar zal zijn." Tante Julia voelde absoluut voor een definitieve afrekening met Servië. Fritzl had haar daarjuist wel wat aan het schrikken gebracht door zijn opsomming van al die vijandige landen, maar even later had hij zelf weer gezegd, dat een oorlog met Servië toch eenmaal komen moest en dat het er thans een gunstig tijdstip voor was, beter dan bijvoorbeeld over twee jaar. „En langer dan veertien dagen zouden we niet noodig hebben om heel Servië te bezetten, nietwaar Otto? Nog voordat Rusland zelfs maar zou hebben kunnen mobiliseeren I En dan werd Heini" (haar broer, die bij den generalen staf tot hoofd-officier was opgeklommen) „misschien generaal. Nietwaar, dat zeg je toch altijd zelf: als we nog eens tegen Italië of Servië marcheeren, krijgt Heini z'n roode strepen?"

Otto mompelde wat. Hij wenschte in dit oogenblik hetzelfde gezag over haar te bezitten als Georg over Maria - dan had hij haar daarstraks tegelijkertijd naar bed gestuurd...

Eindelijk brachten de jongens de bevestiging van het vermoeden: dat de aanslag door een Serf gepleegd was, en berichtten omtrent sensationeele geruchten, volgens welke de draden van dit complot naar Belgrado zouden loopen en zich in de handen der Servische regeering zelf bevinden.

„Des te beter! Belgrado kunnen we alvast dadelijk in onzen zak steken!" oreerde tante Julia. „Dat is maar even de rivier overl"

De jongste von Meskovic voelde haar uitroep als een appèl aan zijn krijgshaftigheid. Hij wilde aan Mizzi toonen hoe vurig hij er reeds naar verlangde om zijn plicht tegenover het vader-