is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r

de zich ontspannende gelaatstrekken daalde de vrede waarnaar zij haar leven lang had gezocht. Langzaam drukte Georg zijn vrouw de oogen toe. „Schrei niet om haar," zei hij schor tot Liesbeth. „Zij is gelukkig - kijk maar." Hij omhelsde zijn dochter, daarna ook Frieda, die wezenloos naar de doode stond te staren, blijkbaar geheel verslagen doordat haar taak hier nu ten einde scheen. Maar na zijn kus herinnerde ze zich reeds weer, dat men den door Zacharias uit zijn bed gehaalden kapelaan, die het Heilig Oliesel aan Maria had toegediend, niet weg mocht laten gaan zonder hem iets verwarmends te hebben geoffreerd...

Behoudens een enkelen knecht, die op de boerderij moest blijven passen, liep ieder enkele dagen later achter de baar aan. Stil en bedremmeld woonde Stephan den dienst in de kerk en daarna de teraardebestelling bij, half verscholen achter Liesbeth. Hij zag het met groote ontzette oogen mee aan hoe de kist, waarin men mama had gelegd, daar nu in dien duisteren kuil werd neergelaten, vlak naast de besneeuwde zerk waaronder zijn gestorven broertje reeds begraven lag. Dat broertje, dat hij nooit gekend had, maar wiens naam... zijn eigen naam... hem van een klein kruis geheimzinnig vertrouwd aanstaarde.

Nog terwijl de laatste belangstellenden heengingen en de delvers den kuil dichtwierpen, begon het opnieuw te sneeuwen, en nog voor het duister werd, waren op het kerkhof alle sporen uitgewischt en sliepen de dooden, weer rustig vergaderd onder de wijde witte stilte, hun eeuwigen slaap.

Georg voelde den dood van zijn vrouw niet meer als een verlies. Hoe lang reeds tevoren had hij haar in werkelijkheid verloren? Telkens als hij nog weer eens had gehoopt haar terug te winnen, was onherroepelijk een teleurstelling gevolgd waarvan hij slechts langzaam bekwam. Met dezelfde stiptheid waarmee hij zijn bezoeken aan de ziekenkamer had gebracht, zou hij zich van nu af om de paar dagen naar Seekirchen laten rijden om versche bloemen op haar graf te leggen - en meteen ook op dat van zijn vroeggestorven kind, daar hij er nu eenmaal was. In zijn binnenzak had hij Rudi's laatsten brief; hij bracht haar dien zelfs nog mee nu hij haar niet meer kon voorlezen wat zijn jongen geschreven had...

Georg wilde niet, dat Rudi den dood van zijn moeder vernam; hij zei het ook aan Otto en Julia, die waren overgekomen; hij schreef het aan Ilonka, die wegens ziekte de begrafenis van haar eenige zuster niet had kunnen bijwonen, en aan Louise von Strada.

Liesbeth brak zich het hoofd over een mogelijkheid om Angélique op de hoogte te brengen. Eenige malen was zij er ook