is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, de majoor wilde zijn leed niet deelen, en hij volgde daarin slechts het voorbeeld van zijn dochter, die met haar verdriet over Paul's dood ook niemand lastig viel. Hij dacht er daarbij niet aan, dat er een verschil was: Rudi had aan hun beiden toebehoord en Paul alleen aan haar. Maar de diepste oorzaak van Georg's vrijwillige vereenzaming lag dan ook in zijn schuldgevoel. Schuldgevoel tegenover zijn dochter, schuldgevoel tegenover zijn jongen. En toch had hij dezen oorlog niet gewild, waarvan Rudi het slachtoffer was geworden.

Wien trachtte hij eigenlijk nog te misleiden toen hij den morgen na het bericht van Rudi's sneuvelen weer voor zijn kaart ging staan en devlaggetjes verzette volgens de gegevens der telegrammen? Wat deed het er voor hem nog toe, wat er daar aan de fronten gebeurde, nu zijn zoon niet meer meevocht? Nu Rudi daar ergens onder de aarde lag en sluimerde en het niet meer merkte wie er boven zijn graf stormliep: vriend of vijand. Daar, waar Georg nu een vlaggetje verzette, precies daar lag Rudi misschien, en met de punt van de speld doorboorde hij nog weer eens het door een rauw stuk ijzer vernietigde leven van zijn kind.

Na een week of zoo gaf hij de komedie op, en nu zou hij ook jaren lang niet meer naar deze kaart omkijken, die daar maar bleef hangen omdat, zelfs toen de oorlog al voorbij was, niemand den moed had ze uit zijn studeervertrek te verwijderen. Als er met stof-afnemen eens een vlaggetje op den grond viel, raapte Mariedl het op en prikte het op goed geluk maar weer ergens vast...

Inplaats van voor de kaart, stond Georg nu nog slechts in starend gepeins stil voor de ingelijste medaille van zijn zoon, die boven zijn schrijftafel kwam te hangen bij enkele andere souvenirs: een kinderteekeningetje van den eersten Stephan, een meisjes-foto van Maria. Hij overwon zichzelf tenslotte zoover, dat hij Liesbeth om Rudi's vroegere brieven vroeg, indien zij daarvan soms nog enkele bezat? Deze brieven waren aan haar gericht geweest, en natuurlijk moest zij zelf weten welke ervan zij uit handen wilde geven... Als een groote surprise, waarbij zich een waas voor zijn oogen uitbreidde, overreikte zij hem zonder voorbehoud alle brieven uit Rudi's kadetten- en garnizoenstijd, netjes op volgorde bewaard en kruiselings met linten bijeengebonden. Hij knikte langzaam om haar te bedanken en beloofde de brieven terug te zullen geven zoodra hij ze gelezen had. Maar Liesbeth zou er nog lang, lang op moeten wachten. Tot na zijn dood...

Voor de lectuur, die zijn dochter hem thans ter inzage had gegeven, liet hij de krant liggen. Slechts Stephan, hoewel ook ver-