is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn klas gingen er heen! Het was altijd op Zaterdagavond; dus zou hij 's Zaterdags na schooltijd in Klagenfurt moeten blijven, maar dat kon gemakkelijk, want hij was uitgenoodigd te eten en zelfs te slapen bij een vriend uit zijn klas: Fritz Klaus. Liesbeth zag in, dat zij nu niet anders kon doen dan eens met meneer Klaus (een kleinen bankier) en zijn vrouw kennis te maken, al was het slechts om hen voor hun vriendelijkheid te bedanken. Er waren nog twee meisjes van vijftien en elf jaar; alle drie kinderen bezochten de dansles. Mevrouw Klaus bood aan om Stephan, dien men in dit huis graag mocht, ook als logé te behouden op de dagen, dat sneeuw, regen of storm het voor hem bezwaarlijk zouden maken heen en weer naar Maria-Licht te fietsen. De geste was vriendelijk bedoeld, en Liesbeth ergerde zich over zichzelf, dat zij er slechts aarzelend op inging. Zij kon niet zeggen, dat ze van dit misschien wat conventioneele, maar goedburgerlijke gezin een anderen dan gunstigen indruk had gekregen. Misschien kwam haar onrust alleen maar voort uit het feit, dat zij voor zichzelf een steeds grootere vereenzaming voorzag.

Zij had gehoopt, Stephan tenminste bij zijn huiswerk dagelijks te mogen helpen; in den beginne liet hij dat ook nog toe, maar spoedig trachtte hij haar wijs te maken, dat hij in het geheel geen huiswerk opgekregen had; blijkbaar achtte hij het beneden zijn waardigheid, nog langer onder haar toezicht te werken. Hij leerde gemakkelijk; zij verdacht er hem van, dat hij zijn lessen in de middagpauze vlug even doorlas en ze dan voor enkele uren (zoolang het naar zijn meening noodig was) in het hoofd wist te behouden. Als dat op den duur maar niet verkeerd liep.

Zij trachtte de familie Klaus in natura te beloonen voor de aan Stephan geschonken gastvrijheid. In de steden steeg in dezen laatsten oorlogswinter de nood zoo hoog, dat de bankiersvrouw haar landelijke gaven met tranen in de oogen aannam en later zelfs in verlegen, bedekte termen om dit of dat bedelde. Eiken keer, dat ze in de stad kwam, schaamde Liesbeth zich voor den betrekkelijken overvloed, die er op Maria-Licht nog altijd heerschte. Zij inviteerde alle drie kinderen Klaus voor de kerstvacantie bij zich. Gretig werd de uitnoodiging aanvaard.

In dezen oneindig droeven en duisteren winter kreeg Liesbeth voor het eerst tijd in overvloed om over zichzelf en over de toekomst na te denken. Dit was het juist waarvoor ze had gevreesd sedert Paul's dood. Zij had zich aan Stephan vastgeklemd en er niet aan willen denken, dat ook hij haar op een dag ontglippen zou. Nu was het zoover, en het scheen haar niet meer dan natuur-