is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk toe wanneer zij eerlijk met zichzelf sprak. De jongen was lang genoeg onder toezicht en leiding geweest en verlangde nu vrij te zijn. Alleen door hem dit toe te staan had zij nog kans, althans zijn genegenheid te behouden.

Op de boerderij was na Toni's verloftijd een critische toestand ingetreden. Het bezoek van zijn zoon had den ouden Eisengruber, zooals langzamerhand bleek, geheel uit z'n stuur geworpen. Hij was niet meer dezelfde, liet het werk er maar zoo'n beetje bij zitten; de meiden en de paar overgebleven knechts begonnen het gebrek aan vaste leiding te voelen en deden hun plicht ook niet langer zooals tevoren. De oude had tot dusverre nog steeds met taaie energie de teugels in handen weten te houden, terend op de hoop, dat zijn zoon toch eenmaal uit dien duizend keer vervloekten oorlog zou terugkeeren en zijn taak hier overnemen. Maar nu was zijn jongen hier geweest en had nauwelijks meer eenige belangstelling voor het bedrijf getoond en voor de bovenmenschelijke inspanningen, die zijn vader zich om zijnentwil getroost had. Toni had daar maar stil en in zichzelf gekeerd gezeten en, als hij zijn mond al eens open deed, van zonderlinge en rebelsche dingen gesproken, die dwars tegen de gevoelens van den verstarden oude indruischten en zijn cholerische woede wekten. Nu wist Eisengruber zelf niet meer waarom hij zich eigenlijk drie jaar lang zoo goed gehouden en tegen dat gevoel van overgroote vermoeidheid gevochten had, dat over zijn denken lag en in al zijn door de jicht gefolterde botten zat. Waarvoor, waarvoor had hij zich nog als een oud karrepaard afgejakkerd? Als hij er den boel bij neergegooid had, zou hij er tenminste niet toe hebben meegewerkt, dat ze daarginds aan het front nog te vreten kregen en dat de verdoemenis van dezen oorlog maar eeuwig kon voortduren. Wat baatte het of hij alles in stand hield, wanneer zijn zoon hier toch niet in zijn plaats zou willen zetelen? - Overigens gaf Eisengruber niet den oorlog in de eerste plaats de schuld van het verlies van zijn Toni... het was al begonnen met dat studeeren in Klagenfurt, waar hij op tegen was geweest, maar Magdalena, eerzuchtig als elke steedsche, had het weten door te drijven. Nou had ze haar geleerden zoon, en zij zelf zaten in den drek. De oude tergde en sarde zijn vrouw dezen ganschen winter lang met zijn wrange verwijten en zijn boosaardigen hoon; zij durfde niets terug te zeggen en schrompelde onder haar schuld ineen.

„Ik schei er mee uit!" had hij reeds meermalen gedreigd, en Liesbeth, die dit ter oore was gekomen, wachtte bezorgd af welken