is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loop de dingen nog zouden nemen. Tot papa scheen het niet meer door te dringen, dat de boerderij in verval begon te geraken. Ook in hem, als in den teleurgestelden ouden boer, verdween de belangstelling voor het bedrijf; inplaats van langs de velden te rijden, zocht hij nog slechts den nieuwen boschwachter op, met wien hij over het Karpathenoffensief van den winter 1914-'! 5 spreken kon - hij liet hem zelfs in zijn studeervertrek komen om hem Rudi's foto's en de ingelijste dapperheidsmedaille te toonen.

Liesbeth kon haar vader soms half ongerust, half driftig nakijken. Waarom behield hij nog steeds zijn kaarsrechten, autoritairen gang, wanneer hij innerlijk toch al lang gebroken was ? Waarom misleidde hij haar met deze fagade? Hij deed het voorkomen alsof zij nog steeds op hem rekenen kon; hij eischte onverbiddelijk haar onderwerping aan zijn gezag, maar wist van dit gezag geen verstandig gebruik meer te maken. Aan tafel kon hij soms op gewichtigen toon van zijn gesprekken met Rüdinger vertellen, merkte daarbij zelf niet meer, dat hij voortdurend in herhalingen verviel. Die kreupele boschwachter werd hem tot een profeet, in wiens woorden hij onvoorwaardelijk geloofde; de ideeën van dien man gaf hij voor de zijne uit toen hij op een keer nog eens aan oom Otto schreef - waarschijnlijk had hij alleen maar geschreven om met deze ideeën te kunnen geuren.

Goed, Liesbeth kon het papa niet kwalijk nemen dat hij oud werd. Wanneer hij dit oud-zijn dan ook maar erkende, de leiding hier uit handen gaf en zich door haar nog slechts liet verzorgen. Maar hij stond er op, te blijven heerschen en zijn wil door te drijven. Toen zij hem, na lang weifelen, haar bezorgdheid omtrent Eisengruber biechtte, deed hij haar ontstellen door een omomwonden voldoening te toonen. „Goed, als hij er geen trek meer in heeft, behoeft hij het maar te zeggen! Dan weet ik er wel een, die het graag van hem zal overnemen en het beter zal doen dan hij!"

Het was niet moeilijk te begrijpen, dat hij aan zijn vriend Rüdinger dacht. En hij scheen deze zaak nu nog eens met onverwachte energie te willen aanpakken. Vergeefs trachtte Liesbeth hem tot grootere vergevensgezindheid jegens Eisengruber te bewegen, hem er aan herinnerend hoeveel jaren de boer hier trouw zijn plicht vervuld had. Zij voelde een intuïtieven afkeer van dien ander, die met papa zoo vertrouwelijk optrok en haar steeds zorgvuldig uit den weg ging. Zij was er zeker van, dat hij met papa reeds lang over de boerderij gesproken had.

O, zij voorzag in dc naaste toekomst nog groote moeilijkheden, steeds meer, steeds meer; deze geschiedenis met de boerderij was