is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tóch misschien zou hebben ontvangen, maar het nu achteraf liever niet wilde toegeven... Ze vond gemakkelijker haar woorden toen ze er achteraan schreef wat sedertdien nog had plaats gevonden: Jntusschen studeert Stephan nu in Weenen. Hij komt met de Kerstvacanüe over - hoe heerlijk zou het zijn, Angélique, als jij hier dan ook was; we zouden hem samen van den trein kunnen halen! O, lieve zusje, als je hier kon komen en je jongetje meebrengen! Ik zou hem zoo dolgraag eens zien en in mijn armen houden 1 Hoe oud is hij al? Hoe heet hij? Waarom heb je geen foto van hem ingesloten? En van jezelf! Hoe zie jij er zelf uit? Ik begrijp uit je brief, dat deze jaren je naast het geluk, dat je verwachtte, ook veel verdriet geschonken hebben; ik hoop innig, dat jij en je man den weg tot elkaar nog zult terugvinden; als dat echter niet mogelijk blijkt, weet dan, dat je hier nog altijd een thuis hebt; je oude kamer is nooit voor een ander ingeruimd... O Angelique, ik wil niet trachten je nu reeds te troosten in een leed, dat ]c z&it nog weigert te aanvaarden — maar als ik bedenk, dat je een kind hebt! Wat zou ik ervoor geven een kind van Paul te bezitten! Ik heb dit nooit tegenover iemand durven uitspreken, zelfs tegenover Rudi niet, toen hij voor het laatst hier was. Voor jou wil ik het echter niet verzwijgen. Je zult den rijkdom, dien je in je kind bezit, nu nog niet ten volle kunnen, misschien zelfs heelemaal niet willen beseffen. Maar op een dag zul je me gelijk geven. - Hierbij het geld waarom je vroeg. Schrijf het me als je er niet voldoende aan hebt. Schrijf me, zusjelief; je weet niet hoe gelukkig ik met elk woord van je ben. - Heb je daar in Frankrijk ook iets over de volksstemming gelezen, die hier zoo juist gehouden is en ons tenminste de zekerheid gebracht heeft, dat we met bij het nieuwe Servië worden ingedeeld? O, God, Angélique wat is er allemaal over ons arme land gekomen. Voel jij je nog wel voldoende Oostenrijksche om onze groote tragedie te kunnen beseften:' Ik bedoel hiermee geen verwijt; misschien ben je het vaderland van ie man als het jouwe gaan zien; het moet alles vreeselijk moeilijk voor je geweest zijn; ik begrijp dat heel goed - mijn vraag ontglipte me misschien alleen maar, omdat ik de laatste dagen over niets anders hoor spreken en omdat in heel Oostenrijk de klokken luiden. Ach, er is nu over de heele wereld zooveel leed gekomen, dat men er eigenlijk toch langzamerhand van af moest zien om uit liefde voor het eene land het andere als vijandig te beschouwen. Indien wij den oorlog gewonnen hadden, en men zou Frankrijk zoo behandelen als men het thans ons doet, geloof ik, dat ik het onrecht evenmin zou kunnen verdragen; ik hoop, dat er ook