is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te kijken. Hij was Angélique daareven met oprechte, zelfs ietwat onbeheerschte vreugdegevoelens tegemoet getreden; misschien vertrouwde hij er wel op, dat zij hem sedert dien eenen avond, toen zij met hem op de weide had gedanst, nog steeds in goede herinnering behouden had. Maar zij had hem dadelijk onzeker gemaakt door haar inmiddels verworven waardigheid en haar geringe belangstelling in hem. Ze staarde nu mijmerend naar buiten, misschien wilde zij de herinneringen, die al wat zij zag in haar opriep, ontvluchten toen ze aan haar zoontje vroeg hoe het hem hier dan wel beviel in de bosschen waarin mama als meisje had gespeeld. ,,En hoe bevalt het jou zelf dan weer?" vroeg Liesbeth snel. „Zul je het nog wel bij ons kunnen uithouden?"

„Zooveel keuze heb ik niet," zei Angélique met een naar bitterheid smakende poging tot humor. Liesbeth poogde haar teleurstelling over dit antwoord te verbergen. Ze betreurde haar onvoorzichtige vraag... o, hoeveel domheden zou ze nog begaan, als haar zuster zoo lichtgeraakt bleef. „Voor je jongen zal het hier buiten in elk geval gezond zijn," meende ze. Angélique begreep haar wel: men wilde haar op tactvolle wijze verwijten, dat haar jongen er slecht uitzag. Ze keek bijna ontstemd naar hem en schikte zijn kraag; hij liet het zich gedwee welgevallen. Liesbeth kon nu niets meer zeggen. Ineens kwam beklemmend het gevoel over haar, dat Angélique haar nader had gestaan zoolang ze nog alleen maar samen correspondeerden.

Zij dacht nu met nog grooteren angst aan de eerste ontmoeting tusschen papa en haar zuster - deze zou hem stellig niet meer als een berouwvol kind om den hals vallen en zijn vergeving afsmeeken. Liesbeth vreesde haar starren hoogmoed. Als Angélique straks eenvoudig omkeerde en weer vertrok?!

Het ging alles heel anders. Met dezelfde kalme onbevreesdheid waarmee ze het oude kasteel opnam, dat haar weer haar gansche kindertijd voor den geest moest roepen; met hetzelfde flegma en het vaste voornemen om aan geen enkele sentimenteele opwelling gehoor te geven, waarmee ze de verwarde begroeting van de in tranen badende Anna over zich heen had laten gaan, betrad Angelique ook de eetzaal waarin over enkele oogenblikken de ontmoeting met papa zou plaats vinden. Ze sloeg den arm om haar jongen, die beduusd en tegelijk nieuwsgierig tegen haar aangeleund stond en met groote oogen naar de deur keek, waardoor een oude man binnenkwam. „Dag, papa," zei Angélique op rustigen toon en maakte voorloopig zelfs geen aanstalten om hem de hand toe te steken. Hij staarde haar aan en werd rood. Daarna