is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN KASTEEL KOMT TE HUUR

Gcorg had geen tegenwerpingen meer gemaakt toen hij van Liesbeth vernam wat zij voorloopig met den jongen Eisengruber overeen was gekomen. Als zij hier in zijn plaats de teugels in handen wou nemen, mocht hij zich daar niet meer tegen verweren, na alles wat er gebeurd was. Hij werd oud; hij had er nu de bewijzen van. Hij zag niet helder meer. En niet alleen, dat zijn menschenkennis hem in den steek had gelaten. Deze waanzinnig creworden tijd groeide hem ook boven het hoofdhij kon dit rekenen bij duizenden, tienduizenden kronen tegelijk niet meer bijhouden — morgen zouden het misschien millioenen zijn, en boe meer geld er stroomde, hoe armer dit land werd; hoe zou iemand dat nog kunnen begrijpen? Als Liesbeth het wel kon, moest zij

maar voor hem rekenen.

Hij merkte zelf hoezeer het hem opluchtte, van alle verantwoording af te zijn; hij sliep rustiger dan sedert langen tijd en reed in dit voorjaar nog weer een enkele maal uit. Niet ver - want zelfs het stapvoets gaan vermoeide hem, en tijdens het alleen-zijn daar buiten in de velden, dat hem eens lief was geweest, kon hem nu plotseling de vreemde angst overvallen: onverwachts te zullen sterven, ver van huis, ver van zijn dochter. Soms, als hij zich eigenlijk niet zoo goed voelde, dwong een gevoel van valsche schaamte hem toch nog uit te rijden, want wat zou zijn paard anders wel van hem denken, met dit prachtige zonnige lenteweer. Maar dan was hij pas gerust wanneer hij het kasteel weer in het zicht kreeg en de kleine Jacques hem tegemoet kwam gehold. Met dit ventje zou hij niet meer kunnen uitrijden, zooals eens (in een tijd die oneindig ver weg scheen te liggen, als in een vorig leven) met zijn vier kinderen: met den eersten Stephan, die nu naast Maria begraven lag, met Liesbeth, met zijn tweede dochter en met Rudi... het beeld daarvan kon onverwachts nog weer voor zijn oude oogen verschijnen, en dan hoorde hij om zich heen,