is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor wat zij in hem voelde als een geheimzinnige macht over haar niet door den tijd overwonnen werd. Ze had er bij het weerzien eerst slechts aan gedacht welk een geruststelling het voor haar zijn zou indien Toni de plaats van Rüdinger zou willen innemen, maar nu was het weer net als destijds: ze verloor opnieuw haar gansche zekerheid tegenover hem. Ze begon hem voortdurend om zich heen te voelen, ook als hij buiten op het veld werkte en zij binnen haar huishoudelijke bezigheden verrichtte; het was of hij er bij toezag, met om zijn lippen een licht smalend, bijna medelijdend glimlachje voor haar misschien wel moedig, maar tot mislukking gedoemd voornemen om over dit kasteel, over Stephan, en over zichzelf de leiding te behouden. De beklemmende waan overviel haar, dat, wanneer Toni nu weer heenging, niet alleen de boerderij prijsgegeven zou zijn, maar ook zij. Dat zij het geloof aan zichzelf dan nooit meer zou terugvinden.

Het diepst werd zij zich haar weerloosheid bewust wanneer ze met den kleinen Jacques aan de hand voor hem stond. Was het doordat hij dan wel zien moest al wat ze in dit leven ontbeerde? Hoe zij zich wijs maakte over dit kind nog zooiets als een moeder te zijn?

Ze begreep nu nauwelijks meer hoe ze tot dusverre, voordat hij kwam, dan toch wel had standgehouden. Toen had zij, bij al wat zij deed, Paul nog achter zich gevoeld - bezat Toni dan de macht, haar Paul te ontnemen... ?!

Als het mogelijk was, zou ze naar hem toe willen gaan en hem vragen om — juist als vriend van Paul — hier zijn werk te verrichten en haar met vrede te laten. Maar wat kon ze eigenlijk tegen hem aanvoeren? Wat had hij haar gedaan? Haalde hij zich soms ook iets in het hoofd, zooals zijn moeder? Neen, zoo dwaas was hij niet; liever ontvluchtte hij haar. - En als hij dat nu reeds eens al die jaren gedaan had?! Ineens twijfelde zij daar niet meer aan, en nu was het zelfs alsof zij dat al geweten had sedert den tijd, dat zij voor zijn moeder brieven naar het front schreef.

Na zijn vaders begrafenis had hij dadelijk weer naar Weenen terugkeeren - zij had hem tegen zijn zin bewogen om nog te blijven. En het verlammende en ontzettende was, dat zij ook nu nog niet de kracht in zich voelde om hem te laten gaan. Was zij zoo laf en gewetenloos, hem te willen offeren aan het welzijn der boerderij? Of beging zij zelf de dwaze vergissing, die ze zijn moeder verweet — verloor zij alle verhoudingen uit het oog en groeide er in haar voor Toni hetzelfde algeheele afhankelijkheidsgevoel als eens voor Paul?! Had zij zich alleen maar wijs-