is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemaakt, dat er na Paul's dood nooit meer een andere man voor haar zou kunnen bestaan?

Zij wilde, zij kon niet meer denken. Zij vluchtte naar haar kamer, naar Paul, en schreide daar haar vertwijfeling uit. Misschien was zij ook extra zenuwachtig in deze dagen omdat Stephan uit Weenen weer zoo weinig liet hooren. Alles, alles kwam bijeen, en er waren oogenblikken waarin zij zelf geloofde, dat het haar langzamerhand te veel werd. Misschien moest ze nu toch maar eens naar een werkelijken opvolger voor dien Rüdinger gaan uitzien.

Angélique, die met von Hagel nu geregeld naar Weenen ging, zag Stephan af en toe. Als om haar zuster te plagen, berichtte ze echter nooit uit zichzelve over deze ontmoetingen; dit was haar wraak omdat Liesbeth haar handelwijze stilzwijgend nog steeds bleef critiseeren.

Met halve aanduidingen, een geamuseerden glimlach om haar mond, onthulde Angélique op een keer iets omtrent een galante verhouding, die er tusschen Stephan en een derderangs-actricetje zou zijn ontstaan. Verbijsterd hoorde Liesbeth het nieuws aan, zich er geen rekenschap van gevend met hoeveel onverholen leedvermaak haar wereldwijzere zuster dit op haar gelaat waarnam. Het zweet brak haar uit in het voorvoelen van een nieuw, nog onberekenbaar groot gevaar. Was het slechts moederlijke verblindheid ten opzichte van Stephan, dat zij onmogelijk nog iets anders dan een kind in hem kon zien? Deed het bewustzijn van zijn groote zwakte haar dadelijk vreezen, dat zulk een avontuur bij hem misschien catastrophale gevolgen zou kunnen hebben? Angélique weigerde om het zoo tragisch in te zien. „Ze zal hem over zijn communistische denkbeelden heen helpen," meende ze. „Zijn belangstelling voor de politiek was den laatsten keer al belangrijk gezakt toen Siegfried het daarover nog weer eens met hem aan den stok wou hebben!"

„Sedert wanneer weet jij er dan van...?"

„O, al een tijdje."

„En je hebt me daar nooit iets van gezegd?!"

„Siegfried dacht, dat het na 'n weekje wel weer over zou zijn, want gewoonlijk duurt zoo'n coulissenliefde toch niet zoo lang. Maar Stephan kent de regels van het spel nog niet. Zij zal hem ook in dit opzicht nog wegwijs moeten maken. Hij meent nu ook nog, dat hij bij haar de eenige uitverkorene is. Dat klinkt te mooi om waar te zijn, maar ik heb hem niet uit dat stadium van de gelukzalige algeheele verblindheid gewekt. Siegfried meende