is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betalen," zei ze, een prop in haar keel. Hij kuste haar hand - een zot gebaar, dat ze nog trachtte te verhinderen - en snelde heen. Beneden hoorde ze hem als een jongen meester Ignaz bevelen, in te spannen.

In het doffe voorgevoel, dat onafwendbaar een catastrophe naderde, doorleefde Liesbeth de dagen tot den terugkeer van haar zuster, op het einde der week. Glimlachend en in het verborgen triumfeerend helderde Angélique de gansche Stephan-kwestie op. „Natuurlijk kwam hij om geld. Wat dan anders! Z'n vlam heeft hem laten zitten toen hij blut was! Maar dat kon hij jou toch niet vertellen! Zelfs tegenover mij wou hij het niet waar hebben; ik heb moeite genoeg gehad om het er uit te krijgen!"

„En... wat heb je gedaan?"

Angélique haalde de schouders op. „Hij was nogal veeleischend, dezen keer. Maar Siegfried heeft hem geholpen."

„Wat... ? Neemt hij van vreemden ook al geld aan?!"

Angélique meende zich langzamerhand te mogen veroorloven, zich door zulk een opmerking gekwetst te voelen. Ze wendde zich af en liet haar zuster staan.

Dien avond zou von Hagel weer komen eten; hij was eerst naar huis doorgereden om zijn koffer af te geven en zijn post in te zien. Toen hij verscheen, was Angélique zich nog aan het kleeden, en Liesbeth zag zich alleen tegenover hem, zoodat zij meteen kon uitspreken wat haar sedert een uur onzegbaar bedrukte en folterde: „Vertelt u mij eens, von Hagel, heeft Stephan geld van u geleend?"

Haar gast scheen reeds bij zijn binnenkomen vreemd verstrooid, en het leek wel of hij haar niet goed durfde aan te zien terwijl hij met voorgewende achteloosheid toegaf: „Ja... ik heb hem wat geleend."

„Dan zal ik u dat terug betalen. Hoeveel is het geweest?"

„Het spijt me, dat u tegenover mij zoo formeel is," zei hij verdrietig.

„Ik zie geen redenen waarom ik in deze kwestie anders dan formeel tegenover u zou zijn. U hebt mij nog niet op mijn vraag geantwoord: hoeveel het geweest is."

Von Hagel scheen zeer in het nauw gedreven. „Ik zou het graag voor u verzwijgen. - Ik heb daarvoor mijn speciale redenen."

Zij keek hem aan. „Als er soms nóg iets is... zegt u mij dat dan ook. Zegt u mij alles." In haar stem was een smeeking, die hem onzeker maakte. Hij keek vluchtig naar de deur om. „Misschien is het ook beter, dat u het weet. Het gaat tenslotte om Stephan, niet om dat ellendige geld. Er is iets niet in