is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

orde. Ik heb hem voor Weenen een chèque uitgeschreven... want daar wilde hij heen... en nu vind ik thuis juist een bericht van de bank, waaruit blijkt, dat het tienvoud van het bedrag getoucheerd is." Hij zag hoe bleek Liesbeth werd en kwam, reeds vol berouw, naderbij om haar te ondersteunen. Maar zij deinsde terug, keek hem met wilde vijandschap in de oogen.

„Waarom hebt u hem in verleiding gebracht?"

Hij kleurde en vond niet dadelijk een antwoord. „Dus u neemt zoo maar voetstoots aan, dat Stephan werkelijk... ?! Ik heb mijn hoofd al gebroken over alle andere mogelijkheden! De chèque kan hem zijn afgestolen en daarna vervalscht."

Liesbeth schudde het hoofd. „Neen-neen," zei ze toonloos, enkele malen achtereen. „Stephan heeft het gedaan. Toen hij hier weg ging, wist ik al, dat hij tot alles in staat was. Zij heeft hem van zijn verstand beroofd... die vrouw... en u hebt de rest op uw geweten."

Hij voelde zoo diep zijn medeschuld en was zoo ontroerd door haar verslagenheid, dat hij het niet laten kon, opnieuw een schrede te naderen, fluisterend: „Wees niet bang - er gebeurt nu verder niets. Het had alles veel erger kunnen zijn! De bank heeft geen argwaan gehad en het bedrag uitbetaald... Goddank was de chèque gedekt!"

Het scheen, of zij heelemaal niet hoorde wat hij tegen haai- zei Ze staarde voor zich uit; onverwachts gleed haar blik met een vage erkentelijkheid langs hem heen. Ze bleek inmiddels haar besluit te hebben genomen. „Ik ga naar Weenen," zei ze, rustiger. „Nu dadelijk." ë

Hij trachtte in haar weg te gaan staan. „Laat mij met u meegaan. Laat mij dit alles regelen. Laat mij met hem praten."

„L7??" vroeg zij, bijna met hoon.

Hij had zich ineens niet langer in bedwang, vatte haar hand. „Liesbeth, laat mij je helpen! Laat mij goedmaken wat ik verkeerd gedaan heb! Als dit ons samenbrengt, Liesbeth... Ik hield van jou... van het oogenblik af, dat ik je terugzag. Niet van Angélique, maar van jou! Je mag me verachten om alles wat er gebeurd is; ik verdien het; ik verdien het... maar ik zweer je, dat ik van nu af mijn best zal doen om jou waard te zijn. Als ik maar hopen mag..."

In dit oogenblik ging de deur open, en Angélique kwam binnen. Maar von Hagel bleef Liesbeth's hand hartstochtelijk en koppig omsloten houden; zij moest zich met geweld uit zijn smeekenden greep bevrijden. Ze had hem met ontzette oogen aangekeken