is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ik in zoo'n geval de eer aan mezelf zou kunnen houden! Het is anders geloopen..."

Er kwam een brief van Stephan. Buitenop stond als poststempel Berlijn, maar een nader adres gaf hij niet op. Hij schreef, dat hij bij een partijgenoot voorloopig onderdak had gevonden. De gansche brief was in een stemming van diep berouw opgesteld. Hij smeekte zijn zuster hem te willen vergeven; hij moest zijn verstand kwijt geweest zijn; nu pas had hij zichzelf teruggevonden in het besef van het onherstelbare van zijn daad. Zij zou er papa toch niets van zeggen? Hij begreep, dat zijn schuld niet goed te maken viel, maar hij wilde alles in het werk stellen om Freiherr von Hagel tenminste eenmaal z'n geld te kunnen terugbetalen. Nooit zou hij den moed vinden om haar, Liesbeth, weer onder de oogen te komen. Den brief, dien zij hem vóór zijn vacantie nog had geschreven, bewaarde hij thans als goud - had hij zich destijds maar den tijd gegund, hem aandachtiger te lezen! Waarom had hij zich eerst in zulk een afgrond moeten storten om te beseffen wat men verloor door het prijsgeven van zijn goeden naam. Hij was dien niet waard geweest, zoomin als hij zulk een zuster waard was geweest. Het was beter om in eer te sterven zooals Rudi, dan in schande voort te leven, maar hij moest wel voortleven zoolang deze schuld aan Freiherr von Hagel nog in haar volle ondragelijke zwaarte op hem drukte... Hij zou haar over een maand of zoo nog wel eens schrijven, indien er iets nieuws te melden viel.

Liesbeth schreide vreugdetranen op dit eerste levensteeken van Stephan. Misschien had zijn vreeselïjke dwaling hem werkelijk eindelijk tot zichzelf teruggevoerd - al zou dit niet meer beteekenen, dat hij hier nog ooit als een von Weygand, heer van MariaLicht, kon zetelen.

Terwijl zijn brief haar zenuwen ontspande en haar allergrootste onmiddellijke ongerustheid over Stephan wegnam, werd zij zich nu tegelijkertijd van het onhoudbare der dingen hier bewust. Alles liep op z'n einde. Angélique, gewend geraakt aan de afwisseling harer Weensche uitstapjes, zou het hier buiten zonder dat niet lang meer uithouden en met haar zoontje naar Weenen of elders heen trekken. Hoe lang kon papa nog leven? Voor wien moest zij dit groote, veel te groote en statige huis dan eigenlijk nog beheeren? Voor wien? Voor wien?

Om in haar uitzichtlooze situatie tenminste volledig klaarheid te brengen, ging ze naar de boerderij, op een uur dat ze er zeker