is toegevoegd aan uw favorieten.

Kasteel in Karinthië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen gunnen wat hij verlangde, na al wat hij reeds door haar geleden moest hebben; zij was een verlorene, en Toni wilde haar redden; hij dacht, dat hij dat nog kon; mocht zij hem dan voor dit eene oogenblik haar geloof onthouden? O maar als zij toch niet van hem hield! Ze hield immers van Paul... nog altijd van Paul...

Zij sloot de oogen en voelde een arm om zich heen die als van Paul was: zoo sterk en teeder-beschermend, en onverwachts was er een gloed, een vreemd licht om haar; zij ondervond nu toch een troost, die zij al die jaren ontbeerd had; het bewustzijn daarvan bracht een oneindige verwarring in haar teweeg; zij bevrijdde zich, gloeiend rood in het gelaat.

Zij had gedacht, dat ze de kamer zou verlaten. Inplaats daarvan ging zij radeloos aan het venster staan en tuurde door een waas in het late zonlicht.

„Liesbeth..." fluisterde hij.

Ze kon niet spreken, zonk op een stoel neer, het hoofd in haar armen geborgen.

Goed... je weet het nu tenminste," zei hij schor, na een stilte. „Ik heb me er al zoolang over gekweld... ik wist altijd al, dat het onmogelijk was; ik wist het al toen jij nog maar dertien of veertien jaar was en ik naar de landbouwschool ging. Toen je je met Paul verloofde, heb ik me bij alles neergelegd, omdat het voor mij zeker was, dat je met hem gelukkig zou worden... waarom ontweek je mij toen eigenlijk? Ik heb met hem over jou gepraat... altijd maar weer over jou. Tot ik op een keer bang werd, dat hij iets raden zou - toen heb ik gezwegen. Later, toen hij niet meer leefde... ben ik je ontweken, al die jaren lang. Ik heb de heele wereld mijn ongeluk verweten en me door jou nog de les laten lezen over mijn opstandige denkbeelden. Ik was na dien keer doodsbang om je terug te zien. Ik zou bij mijn vaders dood dadelijk weer zijn weggegaan, maar jij wilde, dat ik bleef. Jij wilde het - dat was voldoende. Ik heb er onder geleden; soms dacht ik, dat ik het niet meer dragen kon. Nu dank ik God ervoor - het doet me alleen al zoo goed om alles eindelijk te kunnen uitspreken..." Zijn stem trilde.

Zij sprak nog steeds niet. Had zij hem soms heelemaal niet gehoord?! Ineens geloofde hij aan een beweging van haar schouders te zien, dat ze schreide; haastig kwam hij een schrede naderbij. „Laat mij," smeekte ze hulpeloos en stond met een lichte wankeling op. „Laat mij tot mezelf komen... laat mij nu gaan. Ik moet nadenken..