is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de opdringerige omlijsting van café's met terrassen, we gingen dan ook wel op de bellende tram — sjok — sjok — achter het paard met zijn drillende billen, door de stad naar een museum, dat groot en imponeerend zijn vleugels wijd uitsloeg en waarin men klein werd, mierenklein en de wonderen zich zoo menigvuldig opdrongen, dat men al dadelijk de oogen zou willen sluiten van moeheid en men trok de beenen mee door de wijde plechtige zalen en men viel eindelijk ergens neer op een sofa, als neergedrukt en neergehouden door de beklemmende, zwijgend omstaande grootheid, en vlak voor je bloeide een schilderij met een eigenaardig en gloed en waarvoor menschen fluisterend als bevangen-vanvrees voorzichtig en op de teenen voortschoven.

Een feest was ook het eten van pannekoeken tegenover de oude zwarte beurs met zijn hooge zuilen. Wij kwamen vol indrukken weer thuis en ik was afwezig en starend geworden, soms wel een week lang.

Madame Tournaire merkte dit zeer wel op en 't kwam zeker met haar opvoedkundige principes niet overeen. Zij beperkte deze uitgangen en nam ons liever mee op een wandeling door het helder stadje, waarbij men gespannen van aandacht moest blijven op zijn eigen bewegen en houding, want achter alle ramen konden bekenden zitten, dat waren criticasters van belang en om iederen hoek kon een gezicht tegemoet treden, dat vriendelijk lachte en dan moest men beleefd en onderdanig en vriendelijk terug zijn. Een stuggen knaap is dit fijne tooneelspel van beminnelijk bedrog en veinzerij zoo gauw niet geleerd, en oom zeide ook al, dat de Hollandsche samenleving niet was als op Tahiti, waarop madame katte:

„Neen, hier zijn gelukkig geen vieze naturellen."

Als ik mij zelf zie, die jaren van opvoeding, bij den