is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gentleman Mr. Barend Doorstraeten, bescheiden rentenier in een grachtenhuis van een kleine Hollandsche provinciestad, mij zie examen doen voor de H.B.S., mij lezen zie in de kamer overvol stijlloosheid, gelijk madame Tournaire het arrangeerde; mij zie wandelen door de stille straten — alle gordijnen even hoog opgetrokken en nieuwsgierige gezichten in de spionnetjes — met mijn enkel en nog veel later dubbel boordje om, met het gesteven krakerige overhemd, de muts met linten of de pet, die netjes afgenomen moest worden bij vele voorgeschreven gevallen; als ik mij zie naar bed gebracht, opdat ik toch wel danken zou voor den zegen, dat ik gevonden werd en nu tot een godvruchtig en fatsoenlijk heer opgroeide, zooals madame zeide; als ik mij op visites zie zitten, stijf op den stoel met ronde Willem III-leuning en kijkend naar de vergulde pendule onder een stolp, geflankeerd door twee drukke coupes, of naar de landschappen en de Groote-Keizerplaten in ovale lijsten van zwart met goud, terwijl ik het gesprek moest volgen, om nette antwoorden te geven op eventueele vragen, maar verder zwijgen moest vanwege de geringe jaren; als ik heel dit leven van 't brave nette steedsche ventje zie, dan begrijp ik nog niet, dat hij het zooveel jaren droeg en eigenlijk zie ik dit kereltje als een vreemde met wien ik niet van doen heb.

Het verzet, het innerlijk verzet, kwam later, eerst aarzelend, dan heviger, eerst bij zeldzame buien, dan schier ononderbroken.

Ik was altijd wat eenzelvig gebleven, een stille lezer en overpeinzer, een dutter onder de les, een wat onverschillige en nonchalante in het spel, een zelden vlotte jongen, een vaak stugge en schier verlegene, een wat onhandelbare lomperd, die den vroolijken vriendenkring niet met zijn vroolijkheid kon verrijken, die de