is toegevoegd aan je favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UITBRAAK

Maar een lentedag, zoo'n onweerstaanbare dag van daverend leven en dronken zonnedans vindt mij op straat voor de hooge schoolmuren. Zij hebben mij er eindelijk uitgesmeten.

Ik bedierf den geest! Men kreeg mij niet klein! Mij? Neen, de lente was sterker, de wind, de zon, de blauwe lucht, de wolken, de verten, de slag van het hart en de drift van het bloed, het rythme van den adem, dat alles streed in mij met die koppige booze dwergen, die in dat gebouw daar troonden, ieder in zijn eigen vakje, ieder met zijn eigen gewichtigheid, ieder met zijn eigen dood.

O school, school, school! met Uw negatie van leven, Uw verdraaiing van waarden, hoe houdt gij Uw dienaars gevangen in een actielooze actie, in een stroomloozen stroom, en hoe laat men toe, dat gezeefd wordt naar zulk een maat! Fabriek van maskers, leverancier van vulgaire senezielen, dooddrukker van waarden. Men sprak daar van plicht, waar zonder offer gedood werd, men sprak van geest, waar deze werd gedegradeerd tot een leugenachtig cijfer, men fazelde van opvoeding, waar slechts verkrachting was. Heilige onnoozelheid der meesters, die al duizenden jaren van opvoeding spreken en gelukkig falen. Want wat zou het anders zijn dan africhting op een bepaald doel met Gods bedoelen in strijd?

De jongen staat op de stoep, lange lummel van avonturen, doellooze nietsnut, afwezige droomer, te beroerd om zijn lessen te leeren, potdicht voor goniometrie, steriometrie, planimetrie, cosmografie, geometrie, physica, mechanica, statica, dynamica — met beetjes opgevoerd — hap! zei de hond.

Men had het op alle wijzen geprobeerd met hem. Men