is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de trap sloeg even vluchtig aan, zelf verwonderd, dat hij salueerde voor zoo'n bijna verdacht individu en als straks de bode met een opgezette wang hem bloemrijk het gebeurde in de hal vertellen zou, dan zou de brave diender tot meerder zelf-respect opmerken, dat hij wel geweten had, wie of daar langs hem liep. Hij vertrouwde hem al niet, maar had geen bewijzen. De agent zou dan met vakkennis de uitwerking van de geduchte muilpeer beschouwen en er respect voor krijgen gemengd met een lachprikkelende dosis leedvermaak.

Paul, het geheele voorval reeds geringschattend uit het bewustzijn gedrongen, ging naar de smidse terug. Baas Voorhoeve was afwezig en Lize leek daar blij om. Ze stelde zich uitdagend voor Paul in een dun jakje en haar als zichtbare tepels beroerden zijn borst. Of hij van haar weg ging. Of de zon wel zoo warm en heerlijk was als zij.

Het bloed sloeg hem naar het gezicht en hij pakte Lize beet, die aanstonds gretig meegaf en zich tegen hem opdrong. Er kraste plotseling een sleutel in het slot. Lize vloog weg met een kreet van teleurstelling, Paul glimlachte verlicht.

Baas Voorhoeve keek hen beiden wantrouwend aan. Rustig ontmoette Paul zijn blik. De smid zei echter terloops, dat het toch jammer was, dat Paul morgen reeds vertrok. Maar hij zou hem niet tegenhouden, hij was bedankt voor wat hij voor de zaak gedaan had. Lize sprongen plotseling de tranen in de oogen en haar vleezige gezicht was ineens nat besproeid. Voorhoeve zag het met een eigenaardigen glimlach. Ach ja, Lize was

een geschifte.

Den morgen dat hij afscheid nam, leunde de baas op den langgesteelden hamer en op de werkbank dampte de ochtend-koffie. Voorhoeve stond er groot, zwart en zwaar als een profeet.