is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik wel wist, dat zij na dagen reizen mij voeren zou naar een andere vesting van veiligheid en vertrouwdheid Reizen tusschen de vestingen, dat was geen avonturen

meer, dat was een geregeld bestaan.

*

„Zeg oom, waarom houd je mij zoolang voor den gek? Waarom moet ik mijn halve jeugd verzwerven om te weten, wat gij eenvoudig zeggen kunt: dat mijn moeder niet van mij hield en dat ik daarom teruggestooten werd. En waarom liet ge mij zoo wanhopig zoeken naar al die vreeselijke geheimen. Heb ik er zelf zoo schuld aan en zou ik niet verder kunnen leven, als ik wist? Alsof iets dat verborgen is, niet des te feller leeft en in het duister opdringt tot het licht.

Ziet U die schrammen, oom? Het was aardig geweest mij te waarschuwen, dat die schoenmaker een koekoek op zijn kot geplaatst had. Ik hoorde, dat het er vroeger niet was."

Oom Barend schrok van mijn theatralen spottenden toon en woorden, terwijl ik tartend en glimlachend voor hem stond, gloeiende litteekens op de rechterwang en links boven 't oog. De pijn was niet te duur geweest voor de kennis.

,,Het zal je heele leven kosten om iets van belang te weten. En wat heb je nu ontdekt?"

,,Het huis, dat u aanhoudt, het sombere huis in een stille straat, het huis waarin mijn moeder spookt. . ."

„Om Godswil, stil!"

Het gezicht van mijn oom vertrok van pijn bij mijn halfspottende woorden; en dat deed mij innig genoegen.

,,Het huis — hoe kwam je daar? — jongen! — het huis, ik kom er nog wel eens als je mij op reis weet — dat huis — daarin heeft Zij gewoond, die mijn leven