is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lodewijk van Deysel. Dat was erg cru, zooiets als Zola en van zulke boeken hield ze ook niet.

En dan waren er de avondjes! Muziek! zij speelde heel aardig Chopin en Schubert en Mozart, dat zeide iedereen, en ze kon zingen. Ze kon eigenlijk heel veel goed, wat het leven aangenaam maakte. Ze wist te converseeren in gezelschap! Over allerlei sprak ze met eenig oordeel en ze luisterde steeds gedwee naar den jongen en man, die er van hield haar te overtuigen, want dit schenen ze prettig te vinden en waarom het de menschen niet gezellig en prettig gemaakt? Neen het leven was knus. En het dansen was werkelijk verrukkelijk. Ze deed het met gratie! Iedereen zeide het. Men danste graag met haar, en zij danste veel met Sam, misschien een keertje te veel, maar hij was ook zoo lenig, keurig in de maat en nimmer trapte hij op haar teenen, zooals die botterik laatst, nog wel een vriend van Paul. Ja, Paul had altijd zulke zonderlinge vrienden! Er was geen enkele vlotte goed gekleede jongen onder. Zij danste met Sam, omdat hij goed danste, dat was precies alles en Sam mocht tegen andere meisjes minder correct zijn, dat lag dan toch zeker ook wel aan die meisjes, want tegen haar was hij altijd keurig, daar viel niets op te zeggen! Tennissen deed hij ook goed. En ja, daarom tennisten zij veel samen. Zij zou het toch een beetje minderen met hem, zoo langzaam aan, dat het niet in de gaten liep! Want als zij zoo warm was en hij liep ook warm naast haar, ja dat was wel eng. Hij stootte haar wel eens aan! Maar natuurlijk, dat was per ongeluk, men moet niet achter alles iets zoeken. . .

Paul tenniste niet veel. Hij vond het een doelloos stom spelletje, maar ja, wat deed Paul nu wel? Die was vriend van schilders met gekke jasjes aan en onmogelijke hoeden op; die zat soms in een café met een liedjes-zanger