is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de straat. Sam had het verteld en zij wou het niet gelooven, maar toen ze Paul er naar vroeg, zag hij haar spottend en uit de hoogte aan.

,,Ja, dat is mijn beste vriend van allemaal, wil ik hem eens aan je voorstellen, Coba?"

,,Je maakt je bespottelijk met zulke kennissen," had ze gemokt en hij had haar even goedmoedig op de wang getikt, haar strak aangezien, met een beetje treurigheid in zijn oogen. Maar ja, hij liet het niet, dat wist ze wel, het was geen society-man; vaak zat zijn das slordig gestrikt, hij vergat waarom hij op een soiree was en het was maar goed, dat Catrien op zijn schoenen lette en zoo zorgzaam zijn pak borstelde. Ja, Catrien was een goede vriendin van hem. De oude meid, ze kon geen kwaad van den jongen hooren! Het leek wel of Paul allemaal vrienden had onder zulk soort menschen. Hij was dien afschuwelijken zwerverstijd zeker nooit te boven gekomen.

Ja, het leven was nog wel knus en genoeglijk, jammer, dat oom Barend zoo weinig „ontving". Als het gebeurde, dan was zij gastvrouw en hoe handig deed zij alles! De bewondering hing voortdurend om haar als een heerlijk parfum en iedere beweging van haar was overlegd en had zin en werd gezien en graag gezien. Zoó'n avond kon heerlijk zijn, zoo heerlijk, dat zij er over nadroomde en den volgenden dag nog glimlachte tegen die mooie uren.

En ze wist wel, dat ze mooi was. Een lief regelmatig gezichtje, donkerbruine haren, jammer dat zij ze op moest steken en in zoo'n leelijken dot in den hoed wegmoffelen.

Thea viel eigenlijk meer op, al was zij toch niet zoo mooi-knap als zij. Zij had enkele zomersproeten en een klein moedervlekje aan den hals onder haar kin; ze liet