is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

marteling, waarbij hoorde, dat men haar als een held glimlachend doorstond. Vaak zag hij met spot en bevreemding zichzelve zoo staan als op eenigen afstand en ontwaakte met schrik tot de werkelijkheid. Thea leek hem een ijle wolk, die altijd om hem heen zweefde maar onaantastbaar was. Haar stem zong hem dag en nacht in het oor, het was irreeël en verdoovend.

Als eindelijk de rijtuigen in lange rij voor het stadhuis kwamen, waar een looper de trap afdaalde hen tegemoet, en zij uitgestapt even de voorjaarslucht inzogen, voelde hij den arm van Thea hevig in den zijnen beven.

„Wat is er Thea?"

,,Ik ben zoo gelukkig en toch zoo bang."

Hij omklemde haar hand vast en zeide indringend en gedempt:

,,Ik zal steeds goed voor je zijn, mijn vrouw!"

,,Ik ook voor jou, mijn man."

En in een groot vertrouwen waren ze de trappen op geklommen tusschen een paar salueerende agenten, die Karei schier onmerkbaar befooide.

En plechtiger en van meer waarde was het gedempte woord onder de trap voor het bordes geweest, dan de ceremonie daar binnen, die vrijwel langs hun geëmotioneerdheid heen ging en meer de vrienden en verwanten ontroerde.

Als Thea het beslissende ,,ja", uitsprak, zag Karei om naar Cootje. Het meisje schreide, schreide zonder ophouden, een tante gaf haar eau de cologne. Achter in de trouwzaal, een spotlachje om de dikke zinnelijke lippen, stond Sam de plechtigheid aan te zien. Opeens zag hij in de felle haat-oogen van Karei. Hij schrok, er was een ontzettende dreiging in dien niet-aflatenden, groenigen blik. Onzeker wisselde hij van been en kroop nog wat meer naar achteren om langzaam stilletjes terug-