is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijkend te verdwijnen. Des avonds zocht Cootje hem tevergeefs tusschen de gasten; zij was zeer onrustig en telkens vulden zich haar oogen met tranen. Verbeten stond Karei naast haar en probeerde vergeefs haar aandacht te leiden.

*

Weet ge wat een verleiding is, Maria?

Het is zoo eenvoudig, een verleiding. Veel eenvoudiger dan moord! Ook is er geen moed voor noodig, slechts geduld en behendigheid, tactiek.

Cootje ligt in een beklemmende dofheid. Zij komt tot niets meer. Uitgebluscht, krachteloos ligt zij in bed of op de canapé, een boek fladdert naast haar, zij leest niet, zij staart. Oom Barend is zeer bekommerd; zij heeft eindelijk met hem gesproken, maar zelfs hij vermag niet haar te helpen.

Maar laatst zei ze „vader" tegen hem en dat klonk heel natuurlijk.

Erger nog is Karei van Amerongen. Hij wilde mij eerst niets zeggen, maar op eenmaal schreeuwde hij zijn woede en wanhoop uit.

De slag is aangekomen: Coba, oom Barend, Karei en ik. Ik had het bij Coba niet meer voor mogelijk gehouden, ze zijn toch altijd nog onnoozeler dan we denken, de vrouwen.

Er is maar een, die met stil plezier lacht en nu geniet over de grens, want hij is „voor zaken" op reis. Men noemt zoo iemand een poen en een poen is walgelijker dan een misdadiger. Natuurlijk ruim ik hem uit den weg, als ik hem ergerns ontmoet en het zal dan een moord met voorbedachten rade heeten, alhoewel er verzachtende omstandigheden zijn.

Thea is met reden angstig. Karei, en ik strijden om