is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de eer recht te doen en zij schijnt intuïtief het te bevroeden.

Er zijn gevallen dat recht doen plicht is en roeping. Het is alleen, dat de wet zooiets niet omschrijven kan, anders ware het niet strafbaar. Het gaat er mee als met de kinderen der ongehuwde moeders. Soms is het schande dat een ongehuwde vrouw geen kinderen heeft en mag hebben, maar hoe zal men dit ongemeene geval in de wet scherp bepalen en afzonderen het gemeen?

Coba zal op reis gaan. Naar Engeland, daar woont een nicht. Zij is apathisch koffers gaan pakken, hoofdzakelijk om aan de vriendinnen te ontkomen, die kennelijk nieuwsgierig en geïnteresseerd naar haar ziekte blijven vernemen. Thea is goed en lief voor haar en zij beiden spreken veel.

„Jouw Thea is een schat," zei Coba mij laatst, ,,je hebt wel gelijk gehad Paul, wel gelijk. Ik heb gelachen om je, maar wie het laatst lacht, lacht het best."

„Ik lach niet, Coba."

,,Je kunt het gerust doen, geneer je niet."

Neen, ik heb geen vat meer op mijn zusje. We zijn uit elkaar gegroeid, al voelen wij ons verworteld. Maar als twee levens naast elkaar loopen en de een kijkt naar links en de ander naar rechts, en links is de vlakte en rechts het gebergte, dan zijn ze aan het eind van den weg vreemden.

Coba zal in Engeland wel flirten leeren, hard, berekenend en is voor het leven der liefde verloren. Men herstelt de scheur in het kleed nooit geheel, het natuurlijke verband van de fijnere deelen is verbroken. Zij zal een mechanische pop zijn en iedere blik op haar zal ons aan den plicht herinneren, dat er nog iets te vereffenen en te regelen valt. Er is een evenwicht verbroken, er is een

De biecht van een bezetene 9