is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men fluisterde op dezen wonderlijken ochtend als voor de sponde van den dood.

Hoe heb ik later geweten, dat jij ontwaakte met een bitter geschrei en eindelijk bad, omdat dit het eenige nog was dat overbleef?

Zag ik het in den fluitenden dood, terwijl mijn oogen groot en brandend staarden in den Angst, tot een ontzettende beklemming uitgegroeid, voor mij en hoog over mij heen?

In de slapelooze nachten, in de rustpoozen van strijd zag ik later jouw sereen gelaat en de handen tot mij uitgestrekt; gelijk ik andere malen zag Thea en de kleine kinderen opkijkend van hun spel, mijn liefden in die verre wereld, waar leven was en veiligheid.

VAGEVUUR

Ik heb mijn eigen ik met mijn liefde verdoemd en ben met veroordeelden in de hel van het front.

We staan in lange rij, vrijwilligers voor La France, en we weten reeds wat oorlog is; een onridderlijk bedrijf voor de slaven der slaven.

We wachten!

We wachten met geweer en bajonet tot de donder zwijgt van het geschut en we den regen inmoeten, den regen van den Dood. De lippen staan geperst voor het gesmoorde gekreun, de groot-open oogen spalken wijd in een verstarden schrik en het beven van de magere wangen is versteend van verbeten pijnen. Het zijn maskers wij allen en niet alleen onze kleeding is uniform, de gezichten der soldaten zijn gehouwen door het leed, naar een enkel vast model van den Meester.