is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een neergelegde homp vleesch, de dagen vielen in een gat.

Tot zekere dag, een zeer bijzondere dag voor de wereld, mij in een groote witte zaal vond. Uren vergleden, dempten het gat, dan sloeg ik de oogen weer op en wat een licht! Over mij boog een meisjesgelaat, twee bruine oogen strak in de mijne. Er was een verward gedruisch als van kokend water.

,,Oü suis-je? Qu'est-ce que ce bruit?"

,,A Paris, mon chéri, n'as-tu pas bi en dormi, mon gar<;on?"

„Si. Et ce bruit, tout ce bruit!"

„Du calme, darling, la guerre est finie."

La guerre finie. Ik begon het moeilijk te verwerken. Slierten gejuich klommen op tot voor het venster en tuimelden soms de stille zaal binnen, in de verte was een verward gedruisch als van een zee.

En plotseling zag ik de zee, het water overspoelde mijn voeten, twee magere gezonde voeten, het steeg tot mijn knieën en plotseling tuimelde ik om en dook onder.

Als ik weer de oogen open sloeg, brandden er lampen, electrische bollen onderuit porceleinen kappen. Buiten was groote opgewondenheid en dat kon alleen een aanval zijn en ik greep schreeuwend opzij naar mijn wapens. Toen zag ik het verpleegstertje, dat scheen te dansen door de ruimte, zij lachte, neen zij schreide. Buiten verdubbelde de uitbundigheid, in mijn oogen kwamen tranen, gekke tranen.

„Mademoiselle! Mademoiselle! Pourquoi la guerre est-elle finie?"

„Paree que les boches sont battus, paree que les alliés ont triomfé et 1'on dit que jamais il n'y aura plus de guerre."

En het kleine behuilde verpleegstertje slaat opeens