is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als André er niet was en ik wist dat zij nooit meer werden als vroeger, de tijd had ze dood getikt.

Ik heb plotseling Henriette verlaten, en zij zal dit wel zeer ondankbaar en trouweloos gevonden hebben en ik heb André ontweken. Ik heb haar verlaten, toen zij op een fête ging en ik wist dat zij daar danste. Alleen was ik thuis en grimmig danste ik de tafel rond op mijn eentje met harden stomp op stomp. En ik lachte tot ik huilde. Toen ging ik uit en kocht mijn armen vol bloemen en mijn zakken vol gateries. Die zette ik voor Henriette neer en onder iedere vaas legde ik een billet. Zacht daalde ik de steile trappen weer af en de concierge zag mij niet heengaan in den vroegen killen nacht. Ik wandelde door het verstilde Parijs; ik zag de lichten dooven en de laatste omnibussen rijden. Stad van historie, de steenen zijn zwaar van het leed der millioenen en het leven is een spel op de dooden der eeuwen, die aan de oevers der Seine rusten. Ja, ook de kleine Corsicaan rustte daar, onder dien hoogen dom en ook hij heeft den Dood niet overwonnen, hij is nu maar een verhaaltje.

Welken dood zou ik kiezen, Parijs? De gebruikelijke in de Seine, of zou ik mij storten van de rotsen in de Buttes Chaumont, of mij laten vermorzelen door een zware trafic. Neen, beter de dood van soldaat door den harden onweerstaanbaren kogel, de dood van staal. Ik droeg een revolver en ik spande opmerkzaam den haan. Hoe zou het moeten, door het hart of door het hoofd? Bij Jan Wiersma was het door het hart, een kleine rij gaatjes van een keffende mitrailleur en den kleinen Jules was de heele schedel afgerukt.

Ik stond bij een muur in een nauwe straat van de cité, roerloos en verwezen; de revolver aan den slaap koelde het bloed.