is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met de afgetrokken onverschilligheid van mijn moeheid en mijn donkere stemming zag ik niet eenmaal den heer aan, die zich presenteerde voor een voettocht of taxi, bus of métro. Hij sprak een beschaafd Fransch, terwijl wij samen het hotel uitliepen, voorbij Gilbert, buigend voor zijn sleutelbord en dien hij groette met de ingehouden jovialiteit van beschaafden meerdere. Hij bleek Parijs vrij goed te kennen en wij moesten het bijzondere zoeken, het Parijs der Romeinen of der echte Apachen, exclusieve hotels en den gewonen touristen niet bekende musea. De opdracht was interessanter dan ik verwacht had en ik zag tot aandacht geprikkeld den heer aan. Mijn mond viel een oogenblik open van schrik en verbazing, het hart klopte als op hol geslagen en ik wist mijn verbleeken. Als hij naar mij keek, en zijn voorkomendheid plaats maakte voor verontrusting, herstelde ik mij vlug en in té rad Fransch hoorde ik mij zelve praten, zag mij gebaren en wij gingen naast elkaar naar de métro. Hij was iets grooter nu dan ik, dat was hij vroeger niet, en hij regelde zijn stap naar mij, dat zou vroeger niet noodig geweest zijn.

Als ik mij nu eens bekend maakte, ik stevig vermomd achter mijn baard, mijn doorgroefd gelaat, mijn dienstpet en vooral achter mijn Frangais? Als ik hem eens vroeg naar Thea, en hoe is het met mijn dochter en met mijn zoon, mijn zoon? Alles waaraan ik niet denken wilde, alles wat moedwillig vergeten was, stormde terug in mijn hoofd als in een ledig, vermeesterde de tong, stiet tegen den wal der dichtgeperste lippen, die in gespannen waakzaamheid slechts Fransch doorlieten en Fransch over Parijs.

Het was een bedaarde deftige heer geworden, Sam Goudoever, de verleider van Cootje. Hij was zoo heel wat netter en respectabeler dan ik, in mijn verslonsd en ver-