is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lag naast hen op het zonnespetterende kiezel en ik heb er ook mijn stomp te bruinen gelegd. Ik heb alles gedaan om sociaal een gewoon mensch te worden, tot valsch spelen, drinken en het losse onverplichte gevrij toe. Ik had vrienden en vriendinnen en hooger dan de vloed steeg de walging.

Een reparatie aan het kunstbeen riep mij naar Parijs, ik betaalde nooit de hotelrekening en liet als vergoeding mijn koffer met de gentlemankleeding achter, eveningdress en flanellenstrandpakken. Ik zwoer het alles af en hoopte het te boven te zijn als een gemeene infectie.

Als een eenzelvig tourist ben ik Gods woningen afgereisd. Die van Reims en Amiens waren mij te veel op weg naar het rijk der stille polders, waar de steden op het vlakke land als op een blad gepresenteerd stonden onder de kleurige stolp van een wijden wolkenhemel. Waar de carillons zongen over de weiden en de bloemenvelden en de rustige menschen veel lachten in de ruime avonden en des Zondags naar de kleppende kerken gingen met hun mooie kleeren aan.

Hoe kan het verlangen branden in het bloed naar wat intens deel aan ons nam in een rijke jeugd van worsteling en groei! En o stilte, het graf om Thea en mijn kinderen, om mijn zuster en oom Barend en om Haar, die de stille getuige van mijn leven was en als een priesteres het wijdde tot de Eeuwigheid!

Het was niet ver, die lange landen omsloten door de lange dijken, maar er lagen vele dooden tusschen mij en Holland en lag niet onder hen een zekere Paul van Stevingen, die mij eens heel na had gestaan?

Terwijl de laatste Chineezen nog de laatste resten bijeen scharrelden van de versplinterde kameraden op de doorwoelde slagvelden, ging ik door het Fransche