is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land naar 't Zuiden en Oosten, bezocht Orleans, Chartres, Bourges en Beauvais en nooit was ik dichter bij je, dan geborgen in het groote hart van een cathedraal.

Je vous salue, Marie, pleine de graces, le Seigneur est avec vous, vous êtes bénie entre toutes les femmes. Sainte Marie, mère de Dieu, priez pour nous . . .

Groot Noords volk der Franken, dat het schoonste ter wereld heeft geschapen ter eere van een God, die het later loochende met de lippen en huldigde met zijn daden, ik zal mij thans in uw wijngaarden zetten en drinken met de minsten uwer en daarin mij gelukkig voelen.

,,Gloire au Père, et au Fils et au Saint-Esprit. . . dans les siècles des siècles."

Grands vins de Bourgogne, hartebloed van de edelsten der vruchten, met namen als klaroenstooten over de westersche wereld, ik ben blij u gediend te hebben. Ik was op de feesten tot uw eer, ik zat bij uw dienaren aan den disch en wij genoten uw volheerlijke tegenwoordigheid.

La Chartreuse de Chamalle, waar de vorst bidt in hoogmoed, hoe kan de mensch ook nederig zijn, die de cathedraal bouwde als een triomf over den dood en de Pommard, de Corton en de Nuits St. George schiep uit de dauwige vruchten der aarde tot zulk een onaardsch genot?

En om mij voor goed te scheiden van het land en het leven, dat ik had afgezworen, niet meer op te duiken als een pijnlijke verrassing, als een deernis en een hinder in de verbeurde intimiteit der mijnen, ben ik zuidwaarts gezworven, het licht en zonneland tegen.

Eerst langs de Loire: Azay le Rideau volzalig in de omarming van d'Indre, Chinon en Loches, achtergebleven Middeleeuwen, Chenonceau in een sprong over de Cher, Amboise, waar Saint Hubert het gebeente