is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leden, hij kent het nog bij brokstukken, maar houdt het voor zich, want niemand heeft er belangstelling voor en zijn stem mist uitdrukking en breekt als hij vertelt. Hij weet het ook allemaal niet zoo goed meer, en of de Mathilde van zijn herinnering wel de echte is. Hij heeft wel een portret, maar vond vroeger dat het niet leek. Nu weet hij eigenlijk niets meer.

Een lichte duizeling, komt van het bukken, dacht hij. Voorzichtig! Met voorzichtigheid had hij zijn leven gerekt, zonder pijp en sigaren, met een kopje slappe thee, zijn kleine wandelingen waren ingekrompen tot een rondscharrelen op pantoffels in het rozentuintje. Nu leek ook dat nog te veel, hij was een tobber.

Reizen deed hij sinds lang niet meer en het Huis was eerst verhuurd en later verkocht aan menschen die hij niet kende. De notaris had het gedaan. Zijn woning was sinds overladen met meubels en ook stond er de canapé, waarop Mathilde was neergelegd, toen haar jong bloed uitvloeide en zij verkilde tot den dood.

Hoe lang was dit geleden? Het was geweken naar schimmige verten.

Hij strompelde de achterdeur in, hij stutte zijn verschrompeld nog maar poover lichaam op de tafel met beide beverige handen, want hij had een verbaasd en zwevend gevoel, hij opende het gat van zijn mond om te roepen: „Hulp! Catrien!" Hij kon al niet meer en gleed onderuit op den grond.

Zoo vond hem Catrien, die de handen in schrik en deernis samensloeg en dan aan het bewegingloos lichaam mal en onzinnig begon te rukken, om dan plotseling, draaierig en schreiend naar de buren te loopen. Ook de bakker kwam juist en men legde meneer op de canapé van Mathilde.

De in haast geroepen dokter kwam schielijk. Hij