is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het vuur was veel verzoend en gesmolten tot harmonie. Maar het hart is niet zonder het lichaam en dit laatste heeft de taaiheid van den duivel. Het verlangende hart moest wachten tot het lichaam afliet met al zijn ongerechte eischen.

Zoo heb ik mij teruggetrokken op mijn land en in mijn hof, terwijl honderd mijlen ver Thea woont en waakt over haar kinderen — ook tegen den vader, gelijk dit meer in de natuur is —. Zij worden goed opgevoed met geleerdheid, aanpassing en manieren, met liefhebberijen van klasse als paardrijden en muziek, zij zullen als heer en dame door dit leven gaan en hun vader niet noemen in den feestelijken kring van gasten en vrienden en zoo min mogelijk in hun later gezin.

Soms krijg ik een lieven gladden brief, dan weet ik, dat ik jarig ben.

Ja, als ik maar een net boord om mijn hals wilde wringen en wou ontvangen met minzaamheid — maar zie mij in den spiegel — een bleeken doorgroefden kop, magere wangen, een stroeven mond ongeschikt en onwillig voor kussen en zachte woorden — men zou zeggen dat hij alleen nog bijten kan — en die oogen, óf gekeerd diep in zich zelf, óf starend verder nog dan Vlaanderen, waar de onrust begraven werd onder het bloed mijner kameraden. Hoe kunnen zulke oogen nog lachen in vrouwenoogen, zij zijn het liegen lang verleerd.

Onmogelijke man, Thea zal geen last van je hebben en mijn zoon en dochter niet die gegeneerd keken bij mijn laatste bezoek drie jaar geleden. Thea, ik voel nog goed de zachte streeling weldadig over de hand, als zij hier komt en zucht: ,,Het is voor de kinderen, Paul."

En ik haast mij te zeggen, dat ik het goed heb en 't zoo mooi is in het dorp, waar ik de boerenarbeiders allen