is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als steeds onder de onzegbare beleediging, en mijn blik ontmoette hem niet, die naderkwam, Maar hij trad voor mij en stilde mijn gang, hij sprak eenige woorden in zijn taal en het accent was dat van een mensch. Hij riek kwalijk, was vuil en behaard, maar zijn oogen stonden klaar en bedroefd en hij zag niet naar mij, om mij te beleedigen, om God te hoonen door oneerbare taal, hij zag naar Paul. Zijn grove vuile vinger streek even over de zachte kinderwang en ik verbood het hem niet en ik trok het kind niet weg, want er was altijd nog het goede accent in zijn stem, het accent van een mensch, een mensch die bedroefd was en een vader van een dergelijk kind.

Dien avond heb ik ook voor hem gebeden na wikkend wegen, want vond jij dat wel goed, Paul? ik heb gebeden, dat het hen vergeven zou worden, dat zij ons overweldigden en dat zij mochten verstaan de diepere dingen des levens, die zoo ver lagen van het domme zwaard. Ik heb gebeden voor hun vrouwen en voor hun kinderen in dat andere land.

En toen heb ik in den stillen nacht gepraat:

„Ben je niet boos, Paul, dat ik voor hen dezen avond bad? Eén hunner is op mij toegetreden en zag mij niet aan, maar hij keek naar onzen Paul. Zijn grove vinger streek over Pauls wang en hij sprak met droefheid en er was een groot verlangen in zijn stem. Daarom heb ik ook gebeden voor hen en voor hun vrouwen en kinderen. Was het verkeerd Paul, dat ik het deed? Maar weet je, dat hij zocht in de zakken van zijn tuniek en een appel hield in de harige ruwe hand? En dat hij dien Paul gegeven heeft, hij die zelve honger had?

Ik heb gestreden voor het kind. Alle winkels heb ik afgebedeld en alle prijzen heb ik betaald. Ik heb ook voor andere kinderen wel gesmeekt, want er waren veel